Posts weergeven met het label Nederlands. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label Nederlands. Alle posts weergeven

dinsdag 19 maart 2013

Geanimeerde boeksamenvattingen

Afgelopen vrijdag is de boekenweek van start gegaan. Het thema dit jaar is 'Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden'. Natuurlijk wordt daar op vele scholen aandacht aan besteed, waarbij verschillende organisaties tips en leermaterialen aanbieden. Zo ook door Schooltv: zij hebben op hun site videofragmenten verzameld die aansluiten bij het thema.

Een niet op de site genoemde manier om aandacht te besteden is leerlingen de opdracht te geven een animatie te maken van een boek dat past binnen het thema. Schooltv heeft daarvan zelf een aantal prachtige voorbeelden uit de jeugdliteratuur, boeken bestemd voor voor de leeftijdsgroep 10-13 jaar, maar een animatie maken van een boek is ook voor oudere leerlingen een goede opdracht. Door leerlingen een (korte) animatie te laten maken, moeten ze goed nadenken over wat de kern van het verhaal is. En natuurlijk is het risico van 'knippen en plakken' bij het maken van een animatie veel kleiner dan bij het schrijven van een samenvatting.In dit blog vind je verschillende tools en tips waarmee en hoe leerlingen (eenvoudige) animaties kunnen maken.

Je kan leerlingen vragen om een animatie te maken van een boek dat past in het thema van de boekenweek (uitgezocht met behulp van de Boekentipper of de Boekenzoeker), maar ook van een zelf bedacht of een waar gebeurd verhaal. Je kan de opdracht gebruiken voor de Nederlandse les, maar ook voor de vreemde talen, voor de kunst- en cultuurvakken, geschiedenis, maatschappijleer en economische vakken. Als je er een vakoverstijgende opdracht van maakt, hebben de leerlingen meer tijd om er iets moois van te maken en heb je als docent extra handjes bij de begeleiding van de leerlingen. Voor het beoordelen kan je de leerlingen zelf vragen om hun visie te geven op het werk van hun medeleerlingen.

Het resultaat van de opdracht kan je in de komende jaren gebruiken om leerlingen te helpen die op zoek zijn naar een boek dat past bij hun interesse.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


woensdag 8 februari 2012

Strips maken: iets voor jouw lessen?

Onlangs is - iets later dan verwacht - het MediaMachtig-project 'Strips maken' afgerond. In dit project bedenken leerlingen een verhaal, leggen dit digitaal vast d.m.v. foto’s en verwerken dit m.b.v. een softwareprogramma tot een eigen stripverhaal. In het project leren leerlingen zelf mediaproducties maken met foto's, ze maken zich de vaardigheden eigen om een digitale camera te gebruiken en ze leren te werken met een programma om strips mee te maken (bijv. ComicLife, Pikikids of PowerPoint). En natuurlijk biedt het zo maken van een strip prachtige ingangen om met de leerlingen in gesprek te gaan over vragen als of je iemand altijd mag fotograferen of dat het alleen mag als iemand toestemming geeft, of je overal foto's mag maken of dat er plaatsen zijn waar dat niet mag (bijv. op het schoolplein, in winkels enz.), of je je strip met daarin de foto's mag publiceren op je Hyves of in de krant enz.

Het project was een groot succes op de school waar het werd uitgevoerd. En omdat alle materialen die het project heeft opgeleverd worden gedeeld, kan iedereen die dat wil nu met gemak hetzelfde project op de eigen school doen. Je kan vrij gebruik maken van:
  • de mindmap die een overzicht biedt van de activiteiten die de leerlingen moeten uitvoeren om een strip te maken,
  • de handleiding voor de leerkracht die het project ontwikkelt/uitvoert,
  • een opdrachtkaart voor de leerlingen, waarin staat wat ze moeten doen,
  • een scèneblad dat de leerlingen moeten invullen om het door hen verzonnen verhaal vorm te geven,
  • de eindevaluatie waarin de projectleider vertelt tegen welke problemen zij is aangelopen en hoe ze die heeft opgelost.

Alles bij elkaar prachtig materiaal om mediawijsheid een plaats te geven in de lessen van leerlingen in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs en voor leerlingen die je extra uitdaging wilt bieden.

woensdag 12 oktober 2011

Spreaker: een 27 mc bakkie op internet

screendump SpreakerNog altijd hoor je soms mensen met weemoed praten over hun 27 mc bakkie: de zendapparatuur waarmee ze een eigen radio-uitzending verzorgden. Ik heb het zelf nooit gedaan, maar ik kan me wel voorstellen dat het een kick gaf om - tegen de wet in - de wereld te laten weten dat jij bestaat. Wat dat betreft zou je profielsites (Hyves en Facebook) en video- en fotosharingsites (Youtube, Flickr) kunnen zien als een moderne variant van deze bakkies. Ook daar kan je immers jezelf laten horen en zien en anderen laten delen in je (media)voorkeuren.

De webtool Spreaker heeft voor mij ongeveer dezelfde uitstraling als het 27 mc bakkie van destijds. Met Spreaker maak je je eigen (live) radio-uitzending van maximaal een half uur. Voor het maken van die uitzending krijg je een mengpaneel op je scherm waarmee je muziek kan laten horen, afgewisseld met jingles, loops en soundeffects en natuurlijk je eigen stemgeluid. Je kunt gebruik maken van de muziek die klaargezet is in Spreaker, maar je kan ook je eigen geluidsbestanden uploaden. Van belang is daarbij natuurlijk wel dat je het recht hebt om die geluidsbestanden te uploaden: je mag natuurlijk niet auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in je radio-uitzending.

Een tool als Spreaker (of andere tools om je eigen podcast/radio-uitzending te maken) lenen zich natuurlijk geweldig voor het leren spreken van vreemde talen. Leerlingen kunnen een radio-uitzending maken in de doeltaal, met daarin bijvoorbeeld interviews met elkaar of met native-speakers van de vreemde taal, ze kunnen vertellen over hun eigen hobby of over de muziek die ze laten horen, ze kunnen een radio-uitzending maken over zichzelf en dan uitwisselen met een klas in het buitenland enz.

Spreaker kan ook ingezet worden om leerlingen op zoek te laten gaan naar informatie over allerlei onderwerpen. Ze kunnen voor LOB vakmensen interviewen, voor de kunstvakken kunstenaars uit de regio, voor geschiedenis iemand die werkt in een oudheidkundig museum enz. In een uitzending kan ook een live Skypegesprek opgenomen worden. Daarvoor moet je wel een aantal instellingen op je computer aanpassen, en het vraagt een gedegen voorbereiding om zo'n gesprek goed te laten verlopen. Voor het onderwijs zou ik er zelf de voorkeur aangeven om zo'n interview tevoren op te nemen en het daarna in de uitzending te plakken. Dat heeft als voordeel dat je tevoren delen uit het gesprek kan knippen zonder dat je de hele radio-uitzending over hoeft te doen.

De radio-uitzendingen die door de leerlingen gemaakt worden kunnen door de school ingezet worden als communicatiemiddel, bijvoorbeeld met de ouders, met 'aanleverende' scholen of met het beroepenveld. En natuurlijk kan je Spreaker ook gebruiken om radio-uitzendingen te maken voor en door de leerlingen zelf. Leuk toch, om je eigen uitzending te horen in de pauze?!

Wil je wat hulp hebben bij het gebruik van Spreaker dan kan je gebruik maken van de handleiding die ik heb gemaakt.

maandag 26 september 2011

Gedichten-apps

screenshot JelloWie de iPad (of een andere tabletcomputer) wil gaan gebruiken in het onderwijs, zal al gauw tot de ontdekking komen dat er (nog) niet veel Nederlandstalige apps zijn. Voor sommige activiteiten is dat niet echt een probleem: wie sommen wil oefenen kan net zo goed gebruik maken van een Engelstalige app als van een Nederlandse, en om je eigen strip of animatie te maken met een Engelstalige app hoef je maar een paar woorden te leren.

Anders ligt het natuurlijk als je apps zoekt over de Nederlandse taal: die wil je natuurlijk wel in het Nederlands hebben. Grappig is dat er wel aardig wat apps zijn om je de Nederlandse taal eigen te maken, maar er zijn helaas maar weinig Nederlandstalige apps en er zijn er nog minder over de Nederlandse taal.

Een erg aardige uitzondering op die regel vind ik de poëzie-apps BOEM pats-s-s-s, Jello, The Northern Zone en Stop The Clock. Poëzie-apps zijn, volgens de site, 'poëtische spellen voor je mobile telefoon. Achter iedere poëzie-app zit een bestaand gedicht en het spelen van de app roept dezelfde emotie op als het lezen van dat gedicht'. In de apps hoor je wel geluiden, maar er worden geen teksten uitgesproken.

Boem pats-s-s-s, Jello, Northern zone en Stop the Clock zijn, hoewel de titels misschien anders doen vermoeden, gebaseerd op Nederlandse gedichten: Boem pats-s-s-s is natuurlijk gebaseerd op het werk van Paul van Ostaijen (m.n. de Music hall gedichten), Jello heeft zijn wortels in het gedicht het gedicht 'De Blauwbilgorgel' van C. Buddingh’, The Northern zone is gebaseerd op het gedicht 'De Noorderzon' van Toon Tellegen en de makers van Stop The Clock hebben zich laten inspireren door het gedicht 'Rebuut' van Gerrit Kouwenaar en het boek 'Stil de tijd' van Joke Hermsen.

Ik vind de apps niet allemaal even sterk. Wie Jello wil spelen heeft behoorlijk wat geduld nodig en ik vind het ronduit lastig dat de app The Northern Zone alleen te spelen is tussen twaalf uur 's nachts en vijf uur 's morgens. Natuurlijk is het een fluitje van een cent om de systeemtijd aan te passen en zo op een iets gangbaarder moment de app uit te testen, maar dat vind ik eigenlijk teveel gevraagd van een speler.

Maar ik vind het wel een leuk idee om van een gedicht een spel of een animatie te maken. Niet zozeer op basis van de tekst, maar vooral op basis van de sfeer die het gedicht uitstraalt. Voor leerlingen zal het maken van een app voor een tablet misschien niet haalbaar zijn, maar met tools als Game Maker of Scratch kunnen ze prima uit de voeten voor het maken van een game of animatie.

Een extra uitdaging voor zo'n opdracht zou kunnen zijn om mee te doen met de Creative Game Challenge. Daarvoor moeten leerlingen een game maken rond het thema 'botsingen'. Ga met je leerlingen eens op zoek naar gedichten rond dat thema: mensen die met elkaar 'botsen', objecten die met elkaar botsen, kunststromingen of tijden die met elkaar botsen: er is zijn genoeg gedichten waarin botsingen een rol spelen. Bespreek dan met je leerlingen wat hen aanspreekt in het gedicht dat ze uitgekozen hebben en waarom, en laat ze een mindmap maken en een moodboard. Vervolgens mogen de leerlingen zelf kiezen wat ze gaan maken: een spel van papier, een digitaal spel, een animatie of een video. Op die manier duiken leerlingen echt in een gedicht en maken ze er hun eigen beelden bij.

Laat je het hier weten als je je leerlingen hiermee aan de slag zet?

woensdag 22 juni 2011

De wereld van de Nederlandse taal

screenshot splashpagina website DWVDNTEr zijn wereldwijd wel 6000 talen. Nederlands hoor je vooral in Nederland, België en Suriname, maar op het internet behoort het tot de tien meest gebruikte talen op websites, in e-mail en tweets.

Deze wijsheid heb ik niet van mezelf, maar van de website DWVNT: De Wereld Van De Nederlandse Taal. Voor wie van taal houdt een website vol met leuke, interessante en - vanzelfsprekend - ook leerzame informatie. Je vindt er:
  • Geschiedenis: een tijdlijn van de Nederlandse taal. Dat het beroemde liefdesvers: 'hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi[c] [e]nda thu uu[at] unbida[t] g[h]e nu' geschreven werd rond 1100 http://www.blogger.com/img/blank.gifwist ik, maar ik wist niet dat de statuten van de Leprozerij, opgeschreven in Gent in 1236, de eerste zuiver Nederlandstalige tekst vormen.
  • Woorden en zo: een mindmap vol met bijzondere woorden: woorden die we allemaal kennen maar (nog) niet in het woordenboek zijn opgenomen, palindromen, begrippen waar geen woorden voor zijn, merknamen die soortnamen worden, enz.
  • Onbegrensd: een wereldkaart waarin je kunt zien welke invloed heeft het Nederlands op andere talen en hebben andere talen onze taal beïnvloed?
  • Ieder zijn taal: geluidsfragmenten met standaardnederlands en dialecten, bijv. van Amsterdam, Rotterdam en Urk, maar ook van Gent en Brugge. Ook kan je hier (Amsterdamse) straattaal beluisteren.
  • Taalkunstenaars: filmpjes waarin taalkunstenaars aan het woord zijn, variërend van Paul Haenen tot Draadstaal en van Gerard Walschap tot Gerard Reve. En natuurlijk ontbreken ook Van Kooten en de Bie niet in dit overzicht.
Voor wie dit alles nog niet genoeg is, is er ook nog een Kennisstation, waarin de informatie uit bovengenoemde onderdelen te vinden is, aangevuld met extra informatie.

Via de site kan je ook een widget downloaden die tips geeft, uit de database van De Boekenzoeker, welke boeken voor leerlingen (van 8-12, 12-15 en van 15-18 jaar) geschikt zijn. Handig bijv. voor op de startpagina van de school-p.c.'s. Verder kan je via DWVDNT de taalspelletjes 'Verdwenen Woord' (ken je de betekenis van een woord dat nu (bijna) niet meer gebruikt wordt) en Woordenschat (maak zoveel mogelijk woorden met de letters van een woord dat je krijgt) en de Taaltegel (met elke dag een Nederlands spreekwoord of gezegde op je Hyvespagina zetten.

Natuurlijk ben ik als taalliefhebber enthousiast over deze site, die gemaakt is door De Taalunie. Maar ik zie er ook mogelijkheden in voor de Nederlandse les. Je kunt de site goed gebruiken als introductie op één van de volgende opdrachten:
  • Maak een tijdlijn over je eigen taalontwikkeling. Wanneer sprak je je eerste woorden (volgens je ouders), wanneer ging je schrijven, wat was/waren je lievelings(voorlees)boek(en), heb je nog meer talen leren spreken?
  • Welke buitenlandse woorden gebruik jij, in je contacten met je vrienden, je familie, op school? En welke dialectwoorden? Gebruik je ook woorden die je van je vrienden hebt overgenomen?
  • Maak een interactieve poster (Glogster) waarin je in kaart brengt waarom je wel of niet van taal houdt en wat je er leuk of stom aan vindt,
  • Ga op zoek naar een filmpje op YouTube van een cabaretier of een schrijver die speelt met taal. Waarom vind je dat wel of niet leuk?
  • Maak je eigen cabaretfragment waarin je speelt met taal.
  • Maak beelden bij woorden die je om de een of andere reden bijzonder vindt.
Verder biedt de site heel veel aanknopingspunten voor wie een onderwerp wil bedenken voor een profielwerkstuk. Zie ook het filmpje onder deze blogpost, gemaakt door Dennis Vermeulen en Maartje Weterings van het Sint-Oelbertgymnasium uit Oosterhout die een KNAW Onderwijsprijs 2011 hebben gewonnen met hun profielwerkstuk 'De kameleon van het alfabet'. Maar voor de komende weken lijkt me de site vooral bruikbaar voor de laatste lessen waarbij het soms zo verschrikkelijk moeilijk is om de aandacht van de leerlingen vast te houden, als de repetities achter de rug zijn, de zon schijnt en de hoofden vol zitten met de vakantieplannen!

O ja, wel even opletten: de site draait niet goed in Firefox. Je kunt het best gebruik maken van Internet Explorer.


p.s. Taal oubollig? Lees dan eens het overzicht van hedendaagse spreekwoorden met daarbij de uitleg, verzameld via Twitter met de hashtag #modernespreekwoorden. Eburon heeft ze in een gratis te downloaden e-book gezet. Er zitten - vind ik- erg leuke spreekwoorden bij, bijv.:
  • van de hash op de tag springen,
  • buiten zijn facebookje gaan,
  • voor Jan met de Tiny URL staan,
  • al gaan de tweets nog zo snel, Google Cache achterhaalt ze wel! (een heel mediawijs spreekwoord!).
Vraag je leerlingen eens om nieuwe spreekwoorden te bedenken en deel ze via Twitter of via de reactieknop onderaan deze post.

dinsdag 18 januari 2011

Samen verhalen vertellen

logo StorybirdAls je mensen vraagt naar wie hun beste leraar was, dan krijg je vaak het antwoord dat dat die docent was die zo goed kon vertellen. Maar leerlingen zitten zelf ook vaak vol verhalen die verteld moeten worden en verhalen zijn een prima basis om te leren. Daarom nog een keer een blogje over een tool waarmee je verhalen kunt vertellen: Storybird.

Storybird is een tool om prentenboeken mee te vertellen. Dat doe je aan de hand van losse tekeningen die gemaakt zijn door verschillende kunstenaars. Als je een boek wilt maken, kies je een set tekeningen van één kunstenaar. Daarna kies je een tekening en een titel voor de kaft van je boekje, en je maakt net zoveel pagina's als je wilt. Een pagina bestaat ten minste voor de helft uit één van de tekeningen die je hebt gekozen; op het andere deel van de pagina kan je een tekst schrijven.

De mogelijkheden zijn niet groot: je kunt de tekeningen niet vergroten, verkleinen of bewerken en je kunt ook geen eigen tekeningen maken. Daardoor ligt het accent helemaal op het vertellen van een verhaal.

Een grappig extraatje van Storybird is dat je samen kunt werken aan het verhaal. Je maakt daarvoor een beginnetje van een boek, en nodigt dan iemand uit om samen me je aan het boek te werken. Die andere persoon maakt ook een account, en voegt één of meer pagina's toe aan het verhaal. Daarna geeft hij de eerste persoon weer de beurt, door op de knop 'Switch turns' te klikken en - via de website - een mailtje te sturen naar zijn collega-schrijver. In zo'n mailtje kan je bijvoorbeeld vertellen welke verhaallijn je in gedachten hebt, of juist vragen aan die ander om door te gaan op zijn eigen manier enz. Uitdagend om zo samen een verhaal te schrijven!

Storybird kan gebruikt worden voor het schrijven van verhalen. Voor het vak Nederlands of de moderne vreemde talen. Maar je kunt het natuurlijk ook gebruiken om te vertellen over allerlei andere zaken. En je kunt Storybird gebruiken om leerlingen verhalen te laten lezen. Het merendeel van de verhalen is in het Engels; er zitten heel leuke en inspirerende verhalen tussen.

Hieronder een verhaal over een boek.

The Secret Life of Books by cooperlibrary on Storybird

maandag 20 september 2010

Je eigen (foto)stripverhaal maken

Klik hier om naar de website Pikikids te gaanHet maken van een stripverhaal is een activiteit waar kinderen veel van kunnen leren: ze zijn bezig met taal en met spelling, ze leren op welke verschillende manieren je een verhaal kunt opbouwen en daarnaast zijn ze ook nog bezig om hun verhaal grafisch vorm te geven. Maar het tekenen van een stripverhaal is niet eenvoudig en kinderen zijn wel kritisch: ze willen wel dat hun stripverhaal er net zo mooi uitziet als de strips die ze zien in boeken en tijdschriften.

Er zijn dan ook verschillende softwarepakketten waarmee je strips kunt maken. In die pakketten vind je vaak kant-en-klare tekeningetjes die (al dan niet bewerkt) gebruikt kunnen worden in een verhaal. Je kunt daarbij vaak ook gebruik maken van (zelf gemaakte) foto's, die je in de kaders van een stripverhaal kunt plaatsen en kunt voorzien van tekstballonnetjes. Allemaal erg leuk, maar als je voor 30 leerlingen zo'n pakket moet aanschaffen, dan is dat soms toch net te veel van het goede.

Gelukkig zijn er op internet ook gratis tools om strips mee te maken. Eén van die pakketten besprak ik hier al eerder: Pixton Comics. Met Pixton (in de gratis versie voor privé-gebruik) kan je met behulp van kant-en-klare tekeningen een stripverhaal maken. De basiscollectie afbeeldingen is leuk en je komt er een aardig eind mee, maar het is natuurlijk wel een beperking voor wie echt zijn eigen verhaal wil vertellen.

In dat geval biedt Pikikids uitkomst. Met Pikikids krijg je geen kant-en-klaar materiaal: daar moet je je eigen afbeeldingen uploaden. Dat kunnen foto's zijn, maar ook tekeningen, zolang het maar in png, gif of jpg-formaat is. Als de afbeelding is ge-upload, kan je die vergroten of verkleinen zodat die past in je strip. Vervolgens kan je je afbeelding voorzien van 'fun-stuff': plaatjes die je aan je afbeelding kunt toevoegen, bijv. een pet, een hondenneus, een bril, een pruik enz. En je kunt natuurlijk tekstballonnetjes toevoegen.

Als alles af is, sla je de strip op. Dan krijg je een code waarmee je de strip kunt embedden, bijvoorbeeld in een website of blog. Je kunt de strip ook downloaden als jpg-bestand.

Het verdienmodel achter Pikikids is dat je je strip ook kunt laten afdrukken op een t-shirt, een muismat en andere zaken. Dat is vanuit Nederland redelijk prijzig, omdat je dan behoorlijk wat verzendkosten betaalt. Maar van die optie hoef je geen gebruik te maken: je kunt net zoveel strips maken als je wilt.

En als je dan toch bezig bent op het web: vraag eens aan kinderen of ze hun zelfgemaakte strip publiek willen maken of niet, en of die keuze gevolg heeft voor de plaatjes die ze uploaden. Een leerzaam gesprek om mediawijs te worden!

maandag 7 juni 2010

Creaza: voor striptekenaars en filmmakers in wording

klik hier om naar de tool Creaza te gaanEen leuke tool die ik onlangs tegenkwam, is Creaza. Creaza, een Noorse tool, is nog vrij nieuw. Hun weblog start in april 2009 in het Noors, maar wordt al gauw internationaal: vanaf juni 2009 worden de blogposts in het Engels geschreven zijn omdat de tool uitgebracht wordt in Zweden. Dit jaar kreeg Creaza een nominatie voor de BETT-awards voor 'Tools for Learning and Teaching'. Creaza is op dit moment beschikbaar in het Noors, Engels, Zweeds, Fins, Deens, Duits èn het Nederlands.

Creaza biedt een aantal mogelijkheden: je kunt er mindmaps maken (met het programma Mindomo) , een strip of een filmpje (ze noemen dat bij Creaza: 'Creative Story Telling'). De basisversie van Creaza is gratis. Daarmee kan je al heel snel leuke dingen maken. Voor wie meer wil is er een betaalde versie. De prijzen daarvan worden niet op de site genoemd: daarvoor moet je een mailtje sturen naar de makers.

Ik vond met name de mogelijkheid om een stripverhaal te maken erg leuk.

Voor het maken van een strip kan je je eigen tekeningen uploaden maar je kunt ook gebruik maken van een achttal 'sets' van beelden, bijvoorbeeld beelden van het sprookje Roodkopje, het kerstverhaal, Manga-tekeningen en historische beelden (oudheid, Vikingen, Middeleeuwen, en de Tweede Wereldoorlog). Elke set biedt een aantal achtergronden, characters, gebouwen en requisiten. Het leuke van de kant-en-klare sets vind ik dat je ze heel makkelijk kunt aanpassen: je kunt bijvoorbeeld characters voorzien van een lachend, verdrietig of boos uiterlijk, bij een banaan kan je kiezen of je een hele banaan wilt of een gepelde en bij een schuur kun je aangeven of de deur open moet of dicht. Uiteraard kan je alle beelden voorzien van spraak-, schreeuw- of gedachtenbubbels, waar je tekst in kunt zetten.

Met Creaza kan je ook filmpjes maken. Helaas kan je daarvoor niet gebruik maken van de beelden in de striptekentool. Je kunt wel je eigen plaatjes en filmpjes uploaden naar de server van Creaza. Maar ik vond de mogelijkheden van deze tool in de gratis versie beperkt: er zijn andere gratis tools waarmee je meer kunt bereiken. Ik vermoed dat de betaalde versie wel meerwaarde biedt, maar die heb ik niet uitgeprobeerd.

De Creaza tools zijn wel allemaal erg eenvoudig in gebruik: een handleiding is overbodig, zeker als je al eens eerder met dit soort tools hebt gewerkt. De mogelijkheden liggen vooral op het gebied van de talen, maar ze kunnen ook ingezet worden voor vakken waarbij verhalen verteld worden. Voor geschiedenis zijn die mogelijkheden al ingebouwd, maar door de leerlingen zelf plaatjes te laten uploaden, kan je ze ook het verhaal van bijvoorbeeld de waterkringloop laten vertellen, over gezond en ongezond eetgedrag of over de ontwikkeling van een kikkervisje tot een kikker. Er zijn mogelijkheden genoeg!

vrijdag 23 april 2010

Stel je voor met een filmpje

Klik hier om naar Google Search Stories te gaanEr zijn al een aantal blog- en Twitterberichtjes over verschenen: de Searchstories van Google en YouTube. Een Searchstory is een kort verhaaltje in de vorm van beelden van 6 zoekopdrachten. Een Searchstory maak je door 6 zoekopdrachten in te voeren, waarbij gezocht kan worden naar teksten op het web, naar een locatie in Google Maps, naar afbeeldingen (via Google Images), naar nieuws (via Google News), je kunt zoeken in blogberichten (in Google Blogsearch), naar producten (via Google Product Search) en naar boeken (via Google Books).

In onderstaande searchstory zie je hoe je door een aantal zoekvragen te combineren, een verhaal kunt maken. Je krijgt een beeld van de hoofdpersoon doordat je over zijn schouder meekijkt naar de informatie die hij nodig heeft om zijn leven te leiden. Een erg leuk concept voor een verhaal vind ik, en zeker ook bruikbaar in het onderwijs.

Je kunt searchstories ook op een andere manier gebruiken: je kunt leerlingen vragen om zich voor te stellen aan een ander op basis van zoekvragen, voor een kennismaking met leerlingen van een partnerschool (in het buitenland) of voor een vak als levensbeschouwing of maatschappijleer. De zoekvragen kunnen dan gaan over hun hobbies, ze kunnen hun vriendenkring ermee in beeld brengen, een weekend- of vakantiebaan, hun toekomstdromen, karaktereigenschappen of waarden die ze belangrijk vinden enz. Voor aardrijkskunde kan je leerlingen een searchstory laten maken over een plaats, regio of land, voor geschiedenis kan je een tijdperk of een historische figuur in kaart laten brengen, en voor biologie kan je een searchstory laten maken van het milieu in de omgeving van de school.

Wat is de winst van het gebruik van een searchstory? Om te beginnen zijn leerlingen vaak gemotiveerder om met beeld en computer aan de slag te gaan, dan met boeken en tekst. Om een searchstory te kunnen schrijven, moeten leerlingen heel wat informatie zoeken en selecteren, waarbij aandacht besteed kan worden aan het slim formuleren van een zoekvraag en het beoordelen van gevonden informatie en aan de verschillende manieren waarop informatie gepresenteerd kan worden: in beeld of tekst. Aan het maken van het verhaal zelf hoeven ze maar weinig aandacht te besteden: de tool is zo gebruiksvriendelijk dat ze die praktisch direct zullen doorgronden. Dat maakt searchstories dus interessant zowel voor het verwerken van de gewone leerstof als voor het mediawijs maken van leerlingen. Voorwaarde daarvoor is wel dat leerlingen begeleid worden bij het omgaan met informatie op internet, want dat leren ze - net zo min als andere vakken - niet vanzelf!

maandag 12 april 2010

Locatiegebonden verhalen vertellen

Klik hier om je aan te melden voor een gratis account bij ScribblemapsVerhalen vertellen is leuk en zinvol. Je kunt verhalen gebruiken voor alle vakken: van rekenen tot taal, en van aardrijkskunde tot geschiedenis. Ik houd zelf ook van verhalen die zich afspelen in een omgeving die ik ken: dat geeft een verhaal een extra dimensie.

Een tool waarmee je dat kan doen, is Scribblemaps. Met Scribblemaps kan je aan op een kaart tekenen en je kunt er tekst en afbeeldingen aan toevoegen. Het gebruik van Scribblemaps is gratis. Op dit moment kan je ook gratis inschrijven voor de pro-versie van de software; het kan zijn dat dat na verloop van tijd een betaalde versie wordt of dat bepaalde functies alleen tegen betaling zijn, maar op dit moment is dat in ieder geval nog niet het geval. Er zijn erg veel kaarten beschikbaar in Scribblemaps: je kunt niet alleen gebruik maken van de gewone Google-kaarten, maar bijvoorbeeld ook van kaarten van ESRI en zelfs sterrenkaarten.

Op de kaarten kan je teksten schrijven en je kunt er afbeeldingen aan toevoegen. Dat kunnen afbeeldingen zijn op het web die je met behulp van een linkje in de kaart plaatst, maar je kunt ook zelf afbeeldingen uploaden en ze dan in je kaart plaatsen. Het is even wat uitproberen voordat je weet hoe het werkt, maar je leert het snel.

Met Scribblemaps kan je leerlingen allerlei verhalen laten vertellen: een verhaal over iets bijzonders in hun eigen leefomgeving, over de natuur of over wat ze tegenkomen onderweg naar school. Of een verhaal over het leven van een bijzondere persoon: een schrijver, een bekende wetenschapper of een historische figuur. Je kunt leerlingen ook een samenvatting laten maken van een boek dat zich afspeelt op verschillende locaties. Op de sterrenkaart kan je een droomverhaal laten vertellen of - natuurlijk - een science fiction verhaal.

De kaart die je maakt kan je opslaan en - zoals hieronder - embedden in een website of weblog, waar je anderen je verhaal kunt laten lezen en kunt vragen om reacties. En dat is misschien nog wel het allerleukste van verhalen schrijven: dat ze gelezen worden!






dinsdag 23 maart 2010

Verhalen, verhalen en nog eens verhalen

Klik hier om naar de site Register van de Dag van Gister te gaanBijna altijd als er in verhalen wordt verwezen naar die geweldige docent die zo goed verhalen kon vertellen, dan wordt daarmee een geschiedenisdocent bedoeld die verhalen vertelde die je meenamen in de tijd, naar een ander land, een andere omgeving. Ik herinner me zelf ook zo'n docent. Hij was al behoorlijk oud en een beetje doof waardoor zijn stem soms hard, maar soms ook te zacht was. Je moest daarom wel heel stil luisteren om zijn verhaal te horen, maar dat was geen probleem: zijn verhalen waren altijd boeiend. En het was ook heerlijk om lekker te luisteren zonder direct allerlei vragen te hoeven beantwoorden, maar je mee te laten voeren naar waar hij je bracht.

Niet elke docent heeft die gave van vertellen. Je kunt dan natuurlijk gebruik maken van boeken, maar een verhaal van 'iemand die erbij was' is soms leuker en spannender dan een verhaal uit een boek. Een heel leuke site om op zoek te gaan naar getuigenissen, is de site 'Het Register van de Dag van Gister'. Op deze site worden persoonlijke herinneringen van senioren vastgelegd voor wie er maar naar wil luisteren. De meeste verhalen op de site zijn met speciale hardware (een 'verhalenkabinet', met een scherm, toetsenbord, scanner en telefoonhoorn) toegevoegd in het kader van een programma dat draait in bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland, maar de verhalen beluisten kan iedereen. Ook kan iedereen die dat wil verhalen toevoegen via de site.

Daarmee biedt het programma niet alleen mogelijkheden voor scholen in Noord- en Zuid-Holland (zij kunnen zich via de site aanmelden om mee te doen aan een educatief project rondom deze site), maar voor alle scholen in Nederland.

Allereerst kan je de site gebruiken voor het vak geschiedenis, door de leerlingen de verhalen over de recente geschiedenis van ons land te lezen en te beluisteren. Maar er is veel meer mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld je leerlingen de opdracht geven om een verhaal op te schrijven van een ouder iemand die 'een belangrijke gebeurtenis' heeft meegemaakt in het verleden. Dat kan een iets zijn wat landelijk speelde (bijv. de hongersnood), maar het kan ook gaan over een lokale gebeurtenis (Paard te water) of plek uit de omgeving (de molen) of over de het dagelijkse bestaan in een bepaalde periode (gezinsleven). De leerlingen kunnen daarvoor iemand zoeken in hun eigen omgeving, maar je kunt ook als school contact leggen met een ouderenorganisatie in de omgeving en met hun hulp op zoek gaan naar verhalen.

Voor de kunstvakken kunnen kunnen leerlingen op zoek gaan naar beeldmateriaal (jpg of png) om zo, samen met de oudere wiens verhaal ze opschrijven, een compleet beeld te creëren van die gebeurtenis. Bij zo'n verhaal kunnen de leerlingen dan weer een eigen verhaal vertellen: wat zijn nu belangrijke gebeurtenissen, welke belangrijke gebouwen of kunstwerken worden nu neergezet in hun omgeving en wat is het verschil in cultuur tussen vroeger en nu?

Voor het vak Nederlands kan je je leerlingen opdracht geven om op basis van de verhalen een dagboek te schrijven van een gefingeerde persoon die leefde in een bepaalde periode. In dat dagboek moeten ze dan een aantal van de gevonden verhalen verwerken, waarbij je ze kunt laten spelen met zaken als flashbacks, vertelde tijd en tijdverdichting, tijdsprong enz.

En tot slot: ga ook zelf eens een kijkje nemen op de site als je van verhalen houdt. Het is geen literatuur, maar het is wel interessant, soms ontroerend en vaak boeiend om te luisteren, te kijken en te lezen!

dinsdag 19 januari 2010

Strips maken

Comic van Sanji-SanStrips kwamen toen ik klein was niet bij mij in huis. Mijn ouders vonden dat geen echte boeken. Het werd beschouwd als 'plaatjes kijken' en er waren genoeg echte boeken in huis - vonden mijn ouders - om me aan te laven. Ik was het natuurlijk daarmee niet eens: ik had lang niet altijd zin in het lezen van de 'verantwoorde' boeken die wij thuis hadden, en strips lazen zo lekker weg. Afijn: ik heb mijn schade nadat ik het huis uit was dubbel en dwars ingehaald en ook nu nog lees ik in alle kranten en tijdschriften die ik onder ogen krijg altijd de strips. Heerlijk!

Gelukkig is het beeld van stripverhalen inmiddels over het algemeen positiever. Je ziet ook in veel schoolbibliotheken strips, iets wat op de (voormalige nonnen-)school die ik destijds bezocht absoluut niet het geval was. Een goede ontwikkeling: een strip combineert twee kunstvormen: literatuur en beeld.

Om een strip te maken moet je natuurlijk eerst een verhaal bedenken. Dat kan een verhaal zijn met een begin, een midden en een eind, maar het kan ook een satirische prent zijn. Je kunt ook een bestaand verhaal 'vertalen' in stripvorm, of er een samenvatting mee maken. Een strip kan ook gebruikt worden voor educatieve doeleinden: om een proces in beeld te brengen (bijv. de waterkringloop) of een deel van de geschiedenis, je kunt met een strip uitleg geven over natuur- of scheikundige principes of maatschappelijke ontwikkelingen becommentariëren.

Ook over de beelden van een strip moeten keuzes gemaakt worden: hoe teken je je figuurtjes: maak je ze groot of klein, teken je ze zo realistisch mogelijk of maak je meer een karikatuur van ze, welke uitdrukking geef je hun gezicht en vanuit welke hoek laat je je lezers de scène bekijken? Daarmee biedt het maken van strips ingangen naar informatievaardigheden en mediawijsheid. Leerlingen moeten immers leren om informatie te beoordelen en héél veel informatie komt in de vorm van beelden. Om die beelden te kunnen beoordelen moet je je bewust zijn van de keuzes die gemaakt zijn bij het maken van die beelden. En de beste manier om te leren over de effecten van die keuzes is om zelf die keuzes te maken.

Het maken van een strip is niet eenvoudig, en al helemaal niet voor iemand die, zoals ik, geen tekentalent heeft. Gelukkig zijn er op het web allerlei tools waarmee ook minder begenadigden een strip kunnen maken. Pixton is zo'n tool: met behulp van verschillende achtergrondjes en figuurtjes die je naar je eigen ideeën kunt aanpassen en in de gewenste houding kunt zetten, maak je makkelijk je eigen strip. Door het maken van strips verdien je credits waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt in de vormgeving van je figuurtjes. Ik heb er zelf wat mee geëxperimenteerd en het werkt allemaal heel makkelijk. Wat je gemaakt hebt, kan je online delen met vrienden, vrienden en fans of met alleen betalende leden van Pixton, die je strips dan kunnen beoordelen. Je kunt ze natuurlijk ook voor jezelf houden, maar dat is natuurlijk jammer als je iets moois hebt gemaakt!

Wil je nog meer ideeën hebben over wat je met strips kan doen? Bekijk dan de onderwijspagina's op de website van de Stichting Beeldverhaal; daar vind je tientallen tips.

dinsdag 1 december 2009

Storybird: verhalen vertellen

Onlangs kwam ik terecht op de site Storybird. Op deze site kan je prentenboeken maken met kant-en-klare afbeeldingen. Dat is heel eenvoudig om te doen. Eerst vraag je een (gratis) account aan. Als je die hebt, kies je voor de optie 'Create'. Je kunt dan kiezen welke plaatjes je gaat gebruiken. Er zijn 2 mogelijkheden: je kunt kiezen voor de afbeeldingen die door één kunstenaar zijn gemaakt, of voor afbeeldingen rond één thema, gemaakt door verschillende kunstenaars. Als je kiest voor één kunstenaar krijg je soms heel veel afbeeldingen: van sommige kunstenaars zijn wel 80 of 90 afbeeldingen beschikbaar. Vervolgens kies je voor 'Start a storybird'. Je maakt eerst de omslag (aangeduid met een C, voor 'cover') en daarna de verschillende pagina's. Je kunt zelf kiezen hoeveel pagina's je boekje krijgt.

Wanneer je klaar bent met je boekje kan je het opslaan en publiceren. Door het te publiceren maak je het zichtbaar voor anderen. Daarbij heb je de keuze om je boek alleen zichtbaar te maken voor anderen of voor iedereen. Je kunt anderen uitnodigen om een bijdrage te leveren aan je boekje: handig voor als je even niet meer weet hoe je verder moet of gewoon leuk om samen iets moois te maken.

De tool is nog in opbouw. Er komt nog een mogelijkheid om (tegen betaling) je boekje te laten drukken. Maar ook zonder dat is dit gewoon een leuke manier om kinderen met elkaar verhalen te laten bedenken en op te laten schrijven. In het Nederlands of een andere taal: verhalen zijn altijd inspirerend!

Tot slot een paar tips:
  • Als je niet de plaatjes vindt waar je van houdt, ververs dan eens je scherm. Elke keer dat je je scherm ververst komen er andere thema's in de woordenwolk en andere afbeeldingen van kunstenaars.laat de leerlingen eerst de verzameling plaatjes die ze hebben gekozen goed bekijken en een verhaal bedenken. Laat ze eventueel een screendump maken van de plaatjes die ze willen gebruiken en die ergens op de computer opslaan. Als je een keer aan het bouwen bent krijg je alleen nog maar thumbnails te zien van de plaatjes. Je kunt dan alleen de plaatjes in het groot zien als je ze naar de pagina sleept die je wilt gaan maken en dat is erg onhandig.
  • Een verhaal bedenken op basis van bestaande plaatjes is best lastig omdat je vaak net niet het plaatje vindt dat past bij jouw verhaallijn. Een goede aanpak is om leerlingen een verhaal te laten schrijven waarbij de hoofdfiguur een reis maakt en van alles tegenkomt, of waarbij de hoofdfiguur vragen stelt aan allerlei andere figuren.

Did you take my carrot? on Storybird

woensdag 25 november 2009

Wikikids zoekt moderatoren

Vanaf de start in 2006 ik betrokken bij Wikikids, het kleine broertje of zusje van Wikipedia. Wikikids is een interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie die voor en door kinderen gemaakt wordt. Aan de encyclopedie wordt gebouwd door leerlingen uit het basis- en het voortgezet onderwijs. Iedereen kan meehelpen de inhoud van deze encyclopedie te schrijven.

Wikikids groeit enorm: daarom is er op dit moment behoefte aan nieuwe moderatoren. Een moderator helpt mee om nieuwe en gewijzigde informatie op WikiKids te controleren en te corrigeren. Moderatoren kunnen leerkrachten of docenten zijn maar het modereren van een artikel op Wikikids kan in (in het voortgezet onderwijs) ook ingezet worden als leeractiviteit voor het vak Nederlands.

De leerlingen vormen dan de redactie van de encyclopedie en zijn in groepjes verantwoordelijk voor een artikel: een redacteur beoordeelt het artikel op inhoud en kijkt of de informatie aangevuld kan of moet worden, een ander krijgt de opdracht te kijken naar de opbouw van het artikel en de schrijfstijl, een derde gaat na of er geen schrijffouten zijn gemaakt en of de bronnen juist vermeld zijn en de laatste onderwerpt de afbeeldingen bij het artikel aan een onderzoek. De bevindingen delen de redacteuren met elkaar in een redactie-overleg. Na het overleg worden de inhoud waar nodig aangepast en aangevuld en in de overlegpagina bij het artikel wordt geschreven waarom die wijzigingen zijn doorgevoerd. Een leerzame, nuttige en leuke klus om te doen: je leert kritisch te kijken naar teksten en afbeeldingen (informatievaardigheden en Nederlands) en hierover via het web met de oorspronkelijke makers te communiceren (mediawijsheid), je helpt anderen door te bouwen aan deze encyclopedie en het is voor leerlingen natuurlijk leuk om nu zelf eens het rode potlood te mogen gebruiken!

Op de site van Wikikids staat precies beschreven wat een moderator kan doen. Je bepaalt zelf hoeveel tijd je wilt besteden aan het moderatorschap en of je daarbij hulptroepen inzet in de vorm van leerlingen of dat je het helemaal zelf doet. In alle gevallen wordt je bijdrage zeer op prijs gesteld!

donderdag 26 maart 2009

Oorlog: we mogen het niet vergeten

De oorlog: we mogen het niet vergeten. Ik vind het vooral belangrijk dat we ons realiseren wat een ellende een oorlog veroorzaakt. Het verdriet, het gemis, de schrik en de angst, het verlies van vrijheid, het zijn emoties die elke oorlog met zich meebrengt. Er komen steeds meer websites die proberen om die emoties invoelbaar te maken. Onlangs is de website WO2Online gelanceerd waarin je kunt ervaren hoe het geweest moet zijn om in de nacht wakker te worden en op de radio te horen dat Nederland in oorlog was. Maar er is veel meer te zien en te beluisteren: getuigenissen van mensen die de oorlog hebben meegemaakt, beeldmateriaal, kranten en teksten van allerlei bronnen. Een prachtige site die heel goed kan dienen als basis voor een lessenserie in het voortgezet onderwijs over wat de gevolgen waren en zijn van oorlog.
Voor kinderen van de basisschoolleeftijd is er een aparte werkstukkenpagina. De site vind ik voor hen verder minder geschikt: de teksten zijn zeker voor de lagere klassen te moeilijk en de beelden wel erg confronterend.

Een andere nieuwe site is Brandgrens, onlangs onderscheiden met de VGI Innovatieprijs. Deze site, over Rotterdam in de periode '40-'45 staat boordevol met informatie over de Tweede Wereldoorlog: niet alleen de feiten maar ook de impact die de oorlog had op het leven van de Rotterdammers.

Een paar tips om dit onderwerp te behandelen. Om te beginnen kun je op zoek gaan naar lessen van anderen. In de leermiddelenbank PO van Digischool (alleen toegankelijk nadat je een account hebt aangevraagd) vond ik voor het basisonderwijs o.a. een les over Anne Frank. Jack Nowee heeft voor het basisonderwijs het handige 'webje Twee Wereldoorlogen' gemaakt.

Voor het voortgezet onderwijs maakte Albert van der Kaap een les over Entartete Kunst. Je kunt ook met de leerlingen naar de tentoonstelling De Bunker gaan (tot 8 april voor de Stopera in Amsterdam, van 16 april tot 27 mei op de Ossenmarkt in Groningen) en/of hun site bezoeken.

Je kunt natuurlijk ook je eigen les maken. Daarvoor kun je o.a. gebruik maken van de Lessenmaker van Kennisnet of de Weblessenmaker van Het Geheugen van Nederland. Het aardige van die laatste tool is dat je er ook een tijdlijn mee kunt maken en dat al het beeldmateriaal van het Geheugen van Nederland tot je beschikking staat.

Er zijn ook verschillende spellen over oorlog. In Global Conflicts: Palestine moet je als journalist de verschillende kanten van het Palestina conflict in kaart brengen en daarover een artikel schrijven en in het spel Against all Odds ervaar je hoe het leven eruit ziet wanneer je als vluchteling door het leven gaat. En in September 12th moet je kiezen wat je doet met terroristen in een dorp.

Je kunt ook gebruik maken van allerlei (niet-specifiek educatieve) web 2.0 tools. Je zou bijvoorbeeld de leerlingen een wiki kunnen laten maken met daarin biografieën van mensen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog of een weblog van een (fictief) persoon ten tijde van WOII in de eigen woonplaats. Je kunt ook met een klas een rollenspel spelen, waarbij je Hyves gebruikt als middel om met elkaar te communiceren. De docent is journalist en stuurt berichten rond over wat er gebeurt. De leerlingen reageren op die berichten via hun weblog op Hyves of door elkaar krabbels te sturen. Heb je meer tijd nodig om de leerlingen te laten onderzoeken wat oorlog betekent probeer dan andere vakken bij je les te betrekken. In een les beeldende vorming kan gekeken worden naar oorlogskunst of oorlogsmonumenten (leerlingen kunnen die voorzien van hun eigen commentaar via Flickr, zoals hier bij lessen over kunst) of leerlingen kunnen een propagandafilm maken (kijk hier voor een Amerikaanse tool voor het maken van een propagandafilm om soldaten te werven), eventueel gecombineerd met een aantal lessen bij Nederlands waarin leerlingen een propagandistische tekst schrijven.

Er zijn genoeg manieren om aandacht te besteden aan het onderwerp oorlog. 'Leuk' is het niet maar wel belangrijk!

Afbeelding van Lochinvar1

maandag 12 januari 2009

Alles van waarde in een doosje

Klik hier om naar de site Museum Box te gaanHeb jij dat ook gehad: dat je mooie dingen verzamelde in doosjes en potjes? Ik heb de meest bijzondere verzamelingen gehad, variërend van mooie steentjes tot sleutelhangers, speldjes en mooie plaatjes. Heerlijk om het allemaal bij elkaar te hebben en dan te bekijken en te sorteren. Kleur bij kleur, grootte bij grootte, of juist op vorm. En nog altijd vind ik het leuk om dingen te verzamelen en daar ben ik niet de enige in. Op internet zijn talloze ruilbeurzen te vinden voor mensen die hun verzameling compleet willen krijgen.

De website Museum Box speelt in op dat sentiment. Je kunt op de website je eigen ladenkast vullen met inhoud. Je mag zelf bepalen of je 1, 2 of 3 laatjes hebt in je kast en hoeveel vakjes er in elk laatje zitten. In elk vakje zit dan weer een kubus waar je je informatie op kwijt kunt: een tekst, plaatjes, video of geluid, een (link naar een) webpagina of bestanden (Word, PowerPoint, Excel of PDF) die je uploadt naar de website.

Wat kun je hier nu mee in het onderwijs? Mijn eerste inval was om de website te gebruiken voor de ckv-vakken: een verzameling schilderijen, gebouwen met een bepaalde architectuur, muziekstijlen: het is leuk om er een verzameling van aan te leggen van informatie die je hebt gevonden of misschien ook zelf gemaakt (muziek die je zelf hebt gemaakt en opgenomen, een toelichtende tekst of presentatie die je hebt gemaakt enz.). Maar je kunt museumboxen voor veel meer gebruiken: je kunt materiaal verzamelen om een stelling te onderbouwen (en misschien op basis daarvan een betoog te schrijven), om iets te maken (een game of een website), om een leesdossier te maken, om je portfolio samen te stellen, om je verzameling favorieten te delen enz.

Handig van de site is dat je als docent een wachtwoord voor een klas kunt aanvragen. Je kunt dan zelf leerling-accounts aanmaken of leerlingen zich laten aanmelden voor jouw klas. Als leerlingen hun eigen ladenkast hebben gemaakt kunnen ze die bij hun docent 'inleveren'. De docent kan dan vervolgens de ladenkast publiceren zodat anderen de kast kunnen bekijken. Je kunt ook je leerlingen een berichtje over hun werk sturen via de site. Maar dat hoeft natuurlijk niet: je kunt ook je leerlingen een privé-account aan laten maken en ze vragen je een mailtje te sturen als ze klaar zijn met hun werk.

Deze tool biedt natuurlijk technisch gezien niet echt meerwaarde ten opzichte van allerlei andere sites waar je bestanden kunt uploaden en delen. Maar het is wel een heel speelse en visuele manier van presenteren die mij in ieder geval erg aanspreekt!

maandag 3 november 2008

Leerlingen en de dood

Naar de projectsiteVerbaasd was ik, toen ik hoorde van een lesproject waarin leerlingen zich bezighouden met de toekomst van de dood. Is dat waar je je mee bezig houdt als je ergens tussen de 12 en de 18 jaar bent? Maar toen ik er wat meer over ging nadenken en de inhoud van het project bekeek, toen werd ik toch enthousiast. Ik denk namelijk dat er veel meer leerlingen zich bezighouden met dood en mystieke ervaringen dan je zou verwachten bij die leeftijd en het project biedt een prachtige gelegenheid om te praten over rituelen en geloof

In het project 'De toekomst van de dood' wordt aan leerlingen gevraagd om na te denken over begraven, cremeren en vooral ook herdenken in een multiculturele samenleving en om dat vervolgens te verbeelden: in tekst of in beeld. Bij het project is een website met informatie over dit onderwerp lesmateriaal voor de vakken CKV, godsdienst en Nederlands.

In alle lessenseries (voor vmbo, havo en vwo) verdiepen leerlingen zich in rituelen rond de dood en delen ze hun kennis en persoonlijke ervaringen. Ze verdiepen zich in verschillende culturen, religies, levensbeschouwingen en landen. Doordat het onderwerp gekoppeld is aan een praktische opdracht wordt het minder 'zweverig' en kunnen leerlingen hun verhaal net zo persoonlijk maken als ze zelf willen en kunnen.

Het lijkt me een interessante opdracht; ik ben benieuwd of veel scholen meedoen.

maandag 15 september 2008

Wedstrijdje doen?

Naar de wedstrijdsiteVeel mensen schreven er al over in hun blog: de wedstrijd Online Kaarten waarin docenten uit het basis- en voortgezet onderwijs worden uitgedaagd een lesopzet te maken waarin wordt gewerkt met online kaarten en virtuele globes zoals Google Earth, Yahoo Maps, Google Maps, Windows Live Maps enzovoort. Ik hou wel van wedstrijdjes: veel mensen vinden het leuk om uitgedaagd te worden en de mogelijkheid te krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben en natuurlijk is het leuk om daarmee kans te maken op een prijs. Maar meedoen aan Kaarten Online is ook een manier om de hoeveelheid beschikbare content voor het onderwijs op het web te vergroten. Het lesmateriaal dat wordt ingestuurd wordt namelijk verzameld in een wiki zodat iedereen er zijn voordeel mee kan doen. Een initiatief waar de Onderwijsraad vast blij mee zal zijn, gezien hun recente advies waarin ze pleiten voor open source leermiddelen die door docenten gebruikt en bewerkt kunnen worden.

Ook als je niet meedoet met de wedstrijd is het interessant om de website eens te bekijken. Je vindt er namelijk een heleboel ideeën hoe je online maps e.d. kunt gebruiken in de les. Niet alleen in de aardrijkskundelessen: je kunt dit soort tools ook gebruiken voor andere lessen. Bijvoorbeeld een serie lessen Maatschappijleer waarbij de leerlingen een reportage maken over een wijk die ze in Google Maps plaatsen of een literatuurles m.b.v. Google Earth. Maar je kunt ook denken aan een biologieles waarbij leerlingen in een kaart aangeven welke planten- of dierensoorten op bepaalde plaatsen te vinden zijn, een les CKV waarin leerlingen hun favoriete kunstwerk op de kaart zetten, een les Engels/Frans/Duits waarbij leerlingen een route uitzetten van de belangrijkste/bekendste plaatsen die toeristen zeker moeten bezoeken, een les geschiedenis waarin op de kaart wordt aangegeven hoe een volk zich over de wereld heeft verspreid of een les economie waarbij de grootste multinationals op een kaart worden gezet. Kijk ook eens in het dossier 'Google Earth en Earthquests' van Andre Manssen, de site 'Werken met Google Earth' van Gerard Dümmer of de site Edugis en laat je inspireren om zelf een les te maken. Er zijn voor elk vak wel ideeën te bedenken. Je kunt jouw lesidee insturen tot en met zondag 30 november 2008. Lees alles over de voorwaarden èn de prijzen op de wedstrijdsite.


O ja, als je op de hoogte gebracht wilt worden van de laatste ontwikkelingen op dit gebied, dan kun je je aanmelden voor het (gratis) seminar: Think outside the (geo)box! op donderdag 18 september in de Uithof.

maandag 23 juni 2008

Interactief filmverhaal

Sinds kort heeft YouTube een nieuwe functionaliteit: je kunt aan een video korte teksten toevoegen (bijv. speech bubbles of een tekst om iets toe te lichten) en - wat ik nog veel interessanter vind - aan die tekst een link hangen waarmee je door kunt klikken naar een andere video. Voor zover ik kon zien zijn tot nu toe met deze nieuwe functionaliteit vooral filmpjes gemaakt van goochelaars die een truc laten zien waarbij je als kijker een kaart mag trekken of moet aangeven waar iets verstopt zit. Ook is er een filmpje (of eigenlijk: een reeks filmpjes) van het spel 'balletje-balletje'. Best aardig om te zien, maar dat is niet de reden waarom ik er hierover blog.

Wat ik interessant vind aan deze nieuwe functionaliteit is dat je nu heel makkelijk een interactief verhaal kunt maken. Een interactief verhaal is een verhaal waarbij je als 'lezer' het verloop van het verhaal bepaalt. Je kunt het verhaal zo maken dat maar één verhaallijn leidt tot het gewenste einde; alle overige verhaallijnen leiden tot een vervroegd einde van het verhaal. Als het verhaal zo ingestoken wordt lijkt het een beetje op een adventure waar je ook vaak keuzes moet maken (bijvoorbeeld de goede materialen verzamelen) om naar een volgend level te gaan.

Een interactief verhaal kun je maken met verschillende tools. Je kunt het maken als website, maar ook PowerPoint en Quandary zijn prima instrumenten. Maar een gefilmd verhaal biedt weer andere mogelijkheden. Ik denk daarbij met name aan rollenspellen, bijvoorbeeld om met elkaar uit te vinden wat je nu wel en wat niet moet doen als je als leerling gepest wordt of hoe je om kunt gaan met agressie (zoals bijv. op deze ThinkQuest-site). Met de nieuwe functionaliteit van YouTube kun je leerlingen zelf een verhaallijn laten bedenken over dit soort zaken, vervolgens in kleine groepjes onderdelen uit laten werken en een script laten schrijven, verfilmen en met links aan elkaar verbinden. Het materiaal dat het oplevert kun je de jaren daarna inzetten als instructiemateriaal.

Wat je ervan leert lijkt me duidelijk: leerlingen moeten informatie opzoeken, selecteren en verwerken, ze moeten creatief schrijven, samenwerken en plannen en ze leren over het medium film, eventueel ook nog voorzien van geluid. En natuurlijk leren ze ook over het onderwerp waarover ze het interactieve verhaal maken. En zoals we allemaal weten: als je iets uitlegt dan onthou je het ook nog na langere tijd!

dinsdag 10 juni 2008

Mediawijs met de Sims

plaatje van De SimsZoals ik al wel eens eerder schreef: ik denk dat het zijn niet de spellen met veel bloedspetters en geweld waarvoor we op onze hoede moeten zijn. Ik merk dat iets oudere kinderen vaak heel goed weten dat dit soort spellen geen enkele overeenkomst vertoont met de realiteit. Ik ben daarom meer op mijn hoede voor spellen die onverdacht lijken. Veel ouders vinden het geen enkel bezwaar als hun kinderen spellen spelen als uit de Sims-reeks. Wat ze zich dan niet realiseren is dat die spellen zijn gebaseerd op een nogal behoudende en romantisch beeld van de Amerikaanse samenleving.

Om je Sim gelukkig te maken kun je het best ruimhartig aankopen doen, zorgen voor een mooi en luxe ingericht huis, mooie kleren kopen zodat je er goed uitziet, kinderen krijgen en veel (blanke) vrienden maken. Ik vind het zelf een weinig genuanceerd beeld, en vind het daarom belangrijk om met kinderen in gesprek te gaan hoe zij daarover denken.

Tjsa, en dat biedt natuurlijk materiaal voor een les, bijvoorbeeld:
  • Zoek op internet informatie over het spel de Sims. Geef ten minste 5 URL's van sites met informatie over de Sims. Van welke site kun je het beste je informatie vandaan halen?
  • Interview ten minste 3 mensen in je omgeving over de Sims om te ontdekken hoe je een Sim gelukkig kunt maken;
  • Speel zelf het spel. Bekijk de plaatjes en luister naar de muziek van het spel. Hoe ondersteunen het geluid en de plaatjes/kleuren de boodschap van De Sims?
  • Schrijf een opstel of een scenario over hoe jij denkt dat je zelf gelukkig kan worden;
  • Schrijf puntsgewijs op hoe je denkt dat de wereld gelukkig kan worden. Zijn dat dezelfde dingen?
Leerlingen kunnen die opdracht ook in groepjes maken, waarbij de taken verdeeld worden. Belangrijk is dan natuurlijk wel dat je als docent dat proces begeleidt zodat de samenwerking goed is èn dat de leerlingen leren van elkaar. Hoe het past in het curriculum? Ik denk dat daarvoor ingangen genoeg zijn. Zoeken op het web, het beoordelen van de gevonden informatie, interviewtechnieken, schrijfvaardigheid, creatief schrijven, maatschappijleer: het komt allemaal aan de orde in deze les. En het maakt zeker dat kinderen anders gaan kijken naar de spellen die ze spelen. Misschien worden ze dan wel mediawijzer dan hun ouders!