Posts weergeven met het label didactiek-en-ict. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label didactiek-en-ict. Alle posts weergeven

vrijdag 1 februari 2013

Flipping the classroom: een opstap naar (echte) onderwijsvernieuwing


Afgelopen maandag was ik te gast op De Verdieping bij Kennisnet, waar ik de masterclass ‘The Flipped Classroom’ mocht bijwonen. De masterclass werd gegeven door Jon Bergmann en Aaron Sams, de grondleggers van het concept. Het was een genoegen om erbij te zijn: Jonathan en Aaron zijn beide bevlogen docenten die in staat zijn iedereen in de groep bij het onderwerp te betrekken en actieve deelname te stimuleren. Tegelijkertijd aarzelen ze niet om kritisch te kijken naar het door hen ontwikkelde concept, en durven ze het belang daarvan te relativeren.

Hoe anders is flipping eigenlijk?
Voor mij was dat belangrijk: ik ging naar de bijeenkomst omdat ik wel eens wilde weten wat er nu zo nieuw is aan Flipping the Classroom. Is het wezenlijk anders dan wat ik moest doen op school: een stuk tekst bestuderen voor de les en zodat we in de klas daarmee aan de slag konden gaan?
Jon gaf me al in de ochtend antwoord op die vraag: het is inderdaad niet heel anders. Alleen is het bestuderen van teksten niet iets wat de gemiddelde leerling graag en makkelijk doet, dus daarom geven Jon en Aaron er de voorkeur aan om in plaats daarvan een video aan te bieden.



Het gaat niet om video’s
Flipping the classroom draait volgens Jon en Aaron niet om die video’s. Ook gaat Flipping the Classroom niet per definitie om de het verschuiven van een deel van het leren van de klas naar thuis: je kan ook de les/het onderwijs ‘flippen’ in huiswerkvrij onderwijs. Een goede definitie van het concept is gegeven door Ramsey Musallam, leraar Science op een High School: ‘Flipped learning happens when we remove direct instruction from the group learning space in to the individual learning space.’ Natuurlijk betekent dat niet dat je in de les helemaal geen uitleg meer geeft: integendeel: het stelt je in staat om in te gaan op de vragen die na de algemene instructie nog leven bij (een deel van) de leerlingen.

Opstapje naar andere didactische aanpak
Waarom is Flipping the Classroom dan toch interessant voor het onderwijs? Jon en Aaron geven daarvoor als reden dat Flipping the classroom een concept is dat door docenten zelf eenvoudig opgepakt kan worden. En wie eenmaal dit concept heeft doorgevoerd kan makkelijk een stapje nemen naar een andere didactische aanpak. Voor henzelf was Flipping the Classroom een opstap naar het ‘mastery-concept’. In dit concept bestudeert elke leerling in zijn eigen tempo de leerstof. Hij krijgt eerst individueel instructie, waarna hij gaat oefenen met het onderwerp en in de praktijk gaat toepassen. Daarna krijgt hij een toets. Als hij die onvoldoende scoort, kan hij herkansen, net zolang totdat de toets voldoende wordt gescoord. Deze toets kan eventueel ook vervangen worden door een al dan niet door de leerling zelf bedachte, opdracht waarmee hij aantoont de stof te beheersen.

Onderwijsvernieuwing
Maar vanuit het flippen van de les, kan er volgens Jon en Aaron ook makkelijker overgestapt worden naar andere concepten, bijv. Universal Design for Learning (UDL), onderzoeksgericht onderwijs, probleemgestuurd onderwijs en ‘21e eeuws onderwijs’. Het flippen van de les/het onderwijs is volgens Jon en Aaron voor de docent een laagdrempelige manier om zijn onderwijs naar eigen inzicht te vernieuwen.

Niet echt laagdrempelig voor de docent
Ik ben zelf in het afgelopen jaar betrokken geweest bij een nascholing voor docenten die met ICT aan de slag wilden. Onderdeel van die scholing was het maken van een filmpje: een opdracht waar veel cursisten behoorlijk tegenop zagen. Maar met wat hulp (van de docent en elkaar) slaagde iedereen erin om zelf een filmpje te maken en daar waren ze – terecht – behoorlijk trots op. Ik denk daarom dat ‘flippen’ niet echt laagdrempelig is: ik denk dat de meeste docenten daarbij behoorlijk wat hulp nodig hebben. Maar ik verwacht zeker dat wie erin slaagt om zijn lessen te flippen, zelfverzekerder een nieuwe afslag neemt naar onderwijsvernieuwing!

N.B. Deze blogpost is ook verschenen als gastblogpost op de Kennisnet Innovatie-site.

dinsdag 24 januari 2012

Leren en het brein

In de kerstvakantie heb ik een aantal boeken en andere publicaties gelezen over het brein. Dat onderwerp is nogal hot en ik heb de indruk dat er heel veel meer over verteld wordt dan dat we erover weten, maar dat weerhoudt me er niet van om met enige regelmaat me in de materie te verdiepen. Je weet immers maar nooit of het nog iets leuks oplevert ;-)

Mijn allerbelangrijkste conclusie is dat we (op dit moment nog) geen algemeen geldende regels kunnen opstellen voor het onderwijs. Er zijn wel algemene zaken die we weten over de ontwikkeling van hersenen, maar de verschillen tussen individuen zijn zo groot dat we ons onderwijs niet volledig op de algemene zaken kunnen afstemmen. Vergelijk het met kledingmaten: de meeste kinderen van 13 jaar hebben kledingmaat 158 en kinderen van 14 maat 164, maar er zijn maar weinig ouders en kinderen die op basis van deze gemiddelden kleding kopen. Voor de ontwikkeling van de hersenen geldt dat we wel kunnen duiden hoe het brein verandert, maar dat betekent niet dat we op individueel niveau weten wat iemand kan op een bepaalde leeftijd. We weten dat het voor adolescenten over het algemeen lastig is om consequenties op langere termijn te overzien, maar de ene leerling is daar toch duidelijk beter in dan de andere. Wil je goed onderwijs geven, dan zal je dus altijd rekening moeten houden met die verschillen en daar zoveel mogelijk op inspelen.

Toch vind ik (sommige) breinboeken wel de moeite waard om te lezen, omdat ze je een inzicht geven waar je rekening mee moet houden als je onderwijs geeft: wat je in zijn algemeenheid wel en niet kan verwachten van leerlingen op verschillende leeftijden (lees hiervoor bijv. het boek Ellis en het verbreinen, van Jelle Jolles) en hoe je het brein optimaal kan laten functioneren (te lezen in o.a. Breinmeester van John Medina).

Met name het laatste boek kan ik elke docent aanraden om te lezen. De tips die hierin gegeven worden zijn op alle leeftijden bruikbaar. De opbouw van het boek is helder en overzichtelijk en elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting waarin o.a. de belangrijkste tips om je hersens optimaal te benutten worden opgesomd. Wat ik daarbij erg leuk vindt is dat het boek de tips die ze geven, waar mogelijk ook in de praktijk brengen, bijv. het geleerde herhalen, kapstokken (voorbeelden, intro's) bieden om de kennis aan op te hangen, 'saaie' informatie afwisselen met 'sappige' verhalen enz.

Natuurlijk heb ik me ook afgevraagd welke rol ICT kan spelen om de mogelijkheden van hersenen optimaal te benutten. Die mogelijkheden zijn er zeker. Denk bijvoorbeeld aan het aanspreken van meer zintuigen om kennis over te brengen: met ICT kan je informatie aanbieden in geschreven vorm, maar ook in beeld en geluid. Kennis herhalen is natuurlijk ook makkelijk met ICT: je kunt bijv. je lessen opnemen zodat leerlingen die naderhand nog eens kunnen terugkijken/-luisteren of gebruik maken van de communicatiemogelijkheden van ICT om op regelmatige tijden (delen van) de leerstof nogmaals bij leerlingen onder de aandacht te brengen.

Ben je geïnteresseerd in dit soort zaken? Ik heb een workshop samengesteld met tips over hoe je met behulp van ICT gebruik kan maken van wat we weten over de werking van de hersenen in het onderwijs. Ik kom hem graag geven op jouw school.

Afbeelding van nerdabout, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 11 oktober 2011

Interactie in de les

logo SocrativeOm een les of presentatie meer interactief te maken kan je gebruik maken van allerlei manieren om leerlingen of studenten te laten stemmen tijdens de les of presentatie. Daarvoor zijn er allerlei tools beschikbaar, zowel in hardware (stemkastjes) als in software (bijv. Shakespeak, Twtpoll) die vaak op meer hardwareplatforms gebruikt kan worden (p.c.'s, tablets, smartphones) en via verschillende kanalen aangeboden kan worden (in een presentatie, via Twitter, websites, blogs enz.).

De voordelen die je kan behalen door leerlingen/studenten tijdens de les vragen te stellen en ze (anoniem) te laten beantwoorden zijn talrijk, bijv.:
  • je kunt testen wat leerlingen al weten van een onderwerp voordat je het gaat behandelen,
  • je kunt je een beeld vormen van wat leerlingen van de les hebben begrepen,
  • leerlingen kunnen zelf zien hoe ze presteren ten opzichte van anderen in de groep (daarvoor moet je uiteraard wel de resultaten van de stemming delen met de leerlingen),
  • je kunt een discussie starten door de meningen over een onderwerp te peilen,
  • je kunt met de leerlingen brainstormen door ze te vragen in een paar woorden hun ideeën naar voren te brengen.
Het gebruik van de bovengenoemde tools kost als regel wel geld: stemkastjes moeten aangeschaft worden en voor het gebruik van de software moet een licentie afgesloten worden. Het werken met stemkastjes vraagt bovendien wel enige oefening: bij de kastjes krijg je software waarmee je vragen kan embedden in je presentatie waarmee je vervolgens live de resultaten van het stemmen kan laten zien.

Sinds enige tijd is er een nieuwe tool beschikbaar waarmee je mensen gedurende je presentatie of les kan laten stemmen of vragen beantwoorden: Socrative. Deze gratis tool is minder uitgebreid dan de meeste betaalde tools (je kunt er bijvoorbeeld maar een beperkt aantal soorten vragen stellen en je kunt de vragen noch de resultaten embedden in een presentatie), maar daar staat tegenover dat de tool super-eenvoudig is in gebruik, dat je er niets voor hoeft te betalen en dat je niet van alles hoeft voor te bereiden maar tijdens een les kan besluiten of je leerlingen wilt laten stemmen of niet.

Socrative werkt via internet; je kunt leerlingen hun stem uit laten brengen via een p.c. of laptop of via smartphone of tablet. Met Socrative kan je verschillende soorten vragen stellen:
  • meerkeuzevragen (met één of meer goede antwoorden),
  • goed/fout-vragen,
  • open vragen (met korte antwoorden).
Om leerlingen te kunnen laten stemmen maak je als docent een kamer aan. Het nummer van die kamer geef je door aan je leerlingen wanneer je wilt dat ze gaan stemmen. Daarbij heb je de keuze: je kan vragen voorbereiden of pas tijdens de les vragen bedenken. In het eerste geval krijgen de leerlingen alle vragen als geheel als quiz aangeboden en bij de multiple choice vragen krijgen ze zowel de vragen op hun scherm te zien als de door jou voorgedefinieerde antwoorden. In het laatste geval stel je de vragen mondeling, en krijgen de leerlingen alleen de nummers a tot en met e (of true/false) op hun scherm te zien.

De resultaten van de stemmingen (zowel van de vragen die je tijdens de les bedenkt als van de vragen die je als quiz aanbiedt) kan je direct online bekijken maar je kan ze je ook laten toesturen via de mail. De resultaten van de quiz kan je gebruiken tijdens een volgende les, bijvoorbeeld om te testen of de kennis niet is weggezakt of dat de leerlingen inmiddels een beter begrip hebben van de stof of van mening zijn veranderd over een onderwerp.

Over hoe Socrative werkt heeft Willem Karssenberg een mooi filmpje gemaakt dat je hieronder kan bekijken.

donderdag 16 december 2010

De youtube generatie

Door: Martijn van den Berg

YouTube, een van de snelst gegroeide successen. Wat in februari 2005 begon als een simpel initiatief om familiefilmpjes met andere te delen, is nu even bekend als google. En dat merk je. Alles wat je wilt zien, is op youtube te vinden: muziek, filmtrailers, het laatste nieuws, en allerlei aparte filmpjes. YouTube is echt een geweldige uitvinding. Een paar aspecten van youtube.

Waar je vroeger dingen kon leren, door andere mensen te zoeken die iets wel konden, kan je nu youtube gebruiken. Er vallen filmpjes te zien over van alles en nog wat. Zo kon een vriend van mij na twee maanden opeens de meest onmogelijke trucjes met een speciale jojo doen. En zo gebruik ik YouTube regelmatig om bepaalde liedjes op drums uit te vogelen.

Waar men vroeger een muziekcollectie had, die mensen op feest aan konden zetten voor wat extra gezelligheid, zie je tegenwoordig vaker dat men YouTube gebruikt om aan muziek te komen. Alle liedjes zijn tegenwoordig binnen een paar klikken op YouTube te krijgen. Naast dat, zijn er vaak ook nog vele varianten van liedjes te zien, door mensen die graag hun muzikaliteit op internet zetten. Sommige artiesten zijn zelfs via YouTube bekend geworden, zoals Esmee Denters, of Tyler Ward.

Wat ik nog wel het meest maffe vind aan YouTube, is de mensen die zich de hele dag met die site kunnen vermaken. YouTube is ook een poort naar de buitenwereld. Je kan alles zien wat er gebeurt in de wereld. En het ergste is dat na elk leuk filmpje, er een keuzemenu volgt naar meer leuke filmpjes, en zo kan je erg lang bezig zijn met het kijken naar telkens variërend beeldmateriaal. Televisie wordt zelfs vervangen door YouTube bij sommigen.

YouTube is weer een mooie uitvinding die de globalisatie van tegenwoordig mogelijk maakt. Het bevat vele mogelijkheden, en misschien nog niet eens allemaal ontdekt. Youtube is qua jaren nog maar jong, maar zo ongelofelijk ontwikkeld. Wie weet wat de toekomst nog voor YouTube in petto heeft...

De komende drie weken geen blogjes meer, want dan is het vakantie. Wij wensen iedereen alvast prettige kerstdagen en een leerzaam 2011 toe!

dinsdag 5 januari 2010

Een prikbord vol ideeën

Met het programma Wallwisher kan je een virtuele muur maken waarop bezoekers een berichtje achter kunnen laten. Een handige tool om een discussie te voeren, te brainstormen of om elkaar op de hoogte te houden als je met een groepje bezig bent met een project.

In de vakantie zag ik een leuke Wallwisher-toepassing: een brainstorm over creatief onderwijs. Op de virtuele muur staan al 35 tips hoe je creativiteit een plaats kunt geven in je lessen. Ik citeer er een paar:
  • Use theater games! This makes lessons interactive and gets students off their feet. They are able to learn the curric. in a physical way!
  • Check out the Creative Tallis website for pedagogical background to creative learning, project examples and list of cool Web 2.0 tools
  • Use a quality picture to engage pupils as they enter your room to raise discussion linked to your subject...
Wat ik vooral leuk vind is het feit dat docenten hier uitwisselen hoe zij hun creativiteit inzetten om hun lessen te verbeteren. En dat levert meer dan alleen leuke ideeën op: het levert haalbare ideeën op. En het maakt zichtbaar wat er allemaal al gedaan wordt op dit gebied.

Ik denk dat zo'n aanplakmuur ook heel goed binnen scholen ingezet zou kunnen worden. Maak een muur vrij, zet er een stapel post-its bij (liefst in verschillende kleuren en vormen) en zet bovenaan de muur: 'Tips van collega’s'. Zet tweewekelijks of maandelijks een nieuw thema op de muur. Bijvoorbeeld: 'Wat doe jij om leerlingen ertoe aan te zetten om het lesboek intensief te bestuderen?', 'Wat doe jij aan mediawijsheid?' of 'Hoe zorg jij dat kennis langer dan een uurtje beklijft?'. Vraag alle docenten om ten minste 1 maal per maand een tip achter te laten voor hun collega's. Ik ben ervan overtuigd dat iedere school een schatkist heeft met goede onderwijsideeën die je met zo'n aanplakmuur zichtbaar kunt maken.

Wat je ermee kunt doen? Bespreek maandelijks de beste tips, de leukste tips, de best onderbouwde tips, de verrassendste tips. Verzamel de tips in een brochure en geef die aan nieuwe collega’s. Vraag docenten om ten minste 2 maal per jaar een tip van een collega toe te passen in een eigen les. Loof een prijs uit voor de docent die de meeste ideeën post. Gebruik een projectweek om zoveel mogelijk van de ingebrachte ideeën in de praktijk te brengen. Of ... zet bovenaan je plakmuur het thema: 'wat doen we met de op deze muur geposte ideeën?' ;-)

Afbeelding van highprofile, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 2 december 2008

Digitaal schoolbord: verandert het je onderwijs?

Klik hier om naar de scriptie van David te gaanIk heb geen idee meer hoe ik er terecht kwam, maar ik kan hem iedereen aanbevelen: de afstudeerscriptie van David Stranders, oudstudent van de PABO van de Christelijke Hogeschool Ede. David heeft onderzoek gedaan naar de invloed van het digibord op leren en lesgeven. Hij begint zijn scriptie met een korte beschrijving van een aantal leertheorieën (behaviorisme, cognitivisme, constructivisme) en een aantal leerstijlen.
Na een korte beschrijving van de mogelijkheden van het digitale schoolbord beschrijft David welke fases van gebruik van het digibord onderscheiden kunnen worden:
  • substitutiefase;
  • fase van de lerende gebruiker;
  • fase van de ingewijde gebruiker;
  • fase van de gevorderde gebruiker;
  • fase van de samenwerkende gebruiker.
In de subsititutiefase wordt het digitale schoolbord goeddeels op dezelfde wijze gebruikt als het krijtbord. In de fase van de samenwerkende gebruiker wordt het digibord gebruikt als demonstratiemedium, informatiebron, presentatiemedium en als katalysator van conceptuele interactie (de verbale interactie tussen leerkracht-leerling en leerling-leerling). Het bord wordt door leerkrachten en leerlingen gebruikt om gezamenlijk kennis en betekenis te construeren. De docent is hierbij vooral facilitator en coach van het leerproces.

In het voorlaatste hoofdstuk beschrijft David de mogelijke positieve effecten van het gebruik van het digibord in het onderwijs. Hij noemt de volgende zaken:
  • verhoogde motivatie;
  • verhoogde conceptuele interactie;
  • verbeterde structurering van het leerproces;
  • directe feedback;
  • meer gebruik van multimedia;
  • meer mogelijkheden om op verschillende leerstijlen in te spelen.
Om al die effecten te bereiken moet de docent natuurlijk wel het digibord op de juiste manier inzetten en daarvoor moet hij niet alleen beschikken over de nodige computervaardigheden en inzicht in de mogelijkheden van de computer en internet; hij moet ook de nodige didactische ervaring hebben. Maar ook de minder ervaren docent kan met een digibord het leerproces van de leerling verbeteren, zo blijkt uit de scriptie.

Het aardige van de scriptie van David vind ik dat het inzicht geeft in je eigen gebruik van het digibord en hoe je je eigen didactische repertoire verder kunt uitbreiden daarmee. Door meer gebruik te maken van multimedia, door het digibord te gebruiken om bij een vervolgles in herinnering te brengen aan wat eerder gedaan is, door de leerling - stapsgewijs - te betrekken bij het werken met het digibord, door het digibord te gebruiken om de doorgaande lijn van een aantal lessen zichtbaar te maken enz. Het zijn vaak geen ingewikkelde zaken maar om het allemaal zelf te ontdekken vraagt veel tijd. Met de scriptie van David kun je gericht de mogelijkheden gaan verkennen om uiteindelijk zelf je keuzes te maken hoe jij het bord wilt inzetten.

Afbeelding van Popofatticus.

donderdag 20 november 2008

De filosofie van onderwijsvernieuwing

Door: Martijn van den Berg

Vroeger, in de tijd dat mijn moeder nog les had, ging men naar school omdat men iets wou leren en kauwde alles wat de leraar hen in de mond stopte. Er bestonden wel lastige studenten maar in principe ging het grootste deel er gewoon voor. School was niet het leukste wat je deed, maar het was je toekomst. Tegenwoordig is dat wel anders. De student emancipeert zich door te laten zien dat deze de les saai vindt. De wat oudere docenten zien dit meestal als ongehoorzaamheid tegenover hun les.

Tegenwoordig hebben we nieuwe middelen die we kunnen toepassen bij het lesgeven. Ik zeg expres kunnen, want veel middelen tot onderwijsvernieuwing worden niet benut. Dit komt vooral door de wat oudere garde docenten die gewoon gewend is les te geven uit een boek en die de enkele leerling die het niet eens is met de lesmethode strafwerk opgeeft. Deze mensen hebben vaak ook niet de kennis van andere onderwijsmethoden, omdat ze dat simpelweg nooit geleerd hebben.

Een voorbeeld: de computer is vooral de laatste 20 jaar gebruikt door mensen. Met de computer zijn (zoals veel mensen wel weten) veel dingen mogelijk. Onderwijsmethoden met de computer bestaan ook al een aantal jaar door de opkomst van verschillende media en internet. Probleem is dat veel oudere leraren niet zijn opgegroeid met een computer. Zoals wij het vanzelfsprekend vinden dat wij alles kunnen, hebben veel oudere leraren vaak totaal geen idee wat ze ermee aan moeten.

Onderwijsvernieuwing is een mooi woord, en klinkt hoop vol. Maar ik denk dat onze tijd nog niet rijp is voor drastische didactische veranderingen. En wordt nu bij de lerarenopleidingen veel gedaan aan innovatie van het onderwijs, maar je kunt niet verwachten van de mensen die dit nooit hebben geleerd dat ze met een simpele bijscholing alles kunnen. Je kan niet verwachten van scholen dat ze nu opeens al hun personeel gaan bijscholen om beter les te geven. Voor onderwijsvernieuwing is toch echt tijd nodig. Maar in de tussentijd kun je altijd individueel je steentje bijdragen.

dinsdag 30 september 2008

Angst om af te gaan

Eén van de redenen die vaak genoemd worden waarom ict in het onderwijs maar mondjesmaat gebruikt wordt is dat docenten bang zouden zijn om te laten zien dat leerlingen hen op dat gebied de baas zouden zijn. Ik heb inderdaad wel van docenten gehoord dat ze zich die materie eigen willen maken voordat ze hun leerlingen daarmee aan de slag zetten. Ik kan me dat wel voorstellen: je voelt je nu eenmaal zekerder van je zaak als je zelf precies van de hoed en de rand weet en hebt ervaren hoe je problemen die zich voordoen kunt oplossen. En in de pers wordt maar al te vaak benadrukt hoe slim leerlingen wel niet zijn in het gebruik van ict en hoe dom docenten zijn op dit gebied. Niet de beste manier om zelfvertrouwen te kweken om met ict-middelen aan de slag te gaan!

Ik denk dat het niet juist is om te denken dat je zelf de middelen moet kunnen gebruiken om ze in te kunnen zetten in de les. Je hoeft toch ook niet verslaafd te zijn geweest om iemand te helpen die van een verslaving af wil komen? En wie verwacht van de meester dat hij net als de leerlingen kan touwtjespringen met twee touwen en tussendoor een handstand maakt? Voor sommige leerlingen geen probleem maar voor veel meesters en juffen niet echt hun primaire talent!

Natuurlijk is het makkelijk als je als docent zelf hebt ervaren hoe dingen in elkaar zitten. Maar nog belangrijker is het m.i. dat je afstand kunt nemen van wat er geleerd moet worden en dat in een breder kader kunt zetten. Dus niet leren hoe je een handstand moet maken terwijl je touwtjespringt maar wel weten hoe je dat kunt aanleren, weten hoe je een pleister moet plakken, de leerling aanmoedigen en zelf de touwtjes draaien zodat de leerling kan oefenen.

Datzelfde gaat volgens mij op voor het werken met ict: om bijvoorbeeld een leerling te helpen met het zoeken naar informatie hoef je niet zelf de knoppen te kunnen bedienen. Je moet als docent wel weten hoe je de vraag helder moet krijgen, hoe je je zoektermen moet bepalen hoe je de gevonden informatie moet beoordelen. Dat is een vaardigheid die docenten al lang hebben omdat die niet alleen noodzakelijk is bij het zoeken naar informatie op internet maar ook bij het zoeken naar informatie in andere bronnen. Bijzonder is dat leerlingen deze vaardigheden juist niet hebben: ze zijn goed in het bedienen van de knoppen maar ze hebben weinig tot geen idee hoe ze hun zoekvraag moeten afbakenen, hoe ze zoektermen moeten formuleren en op basis van welke criteria ze gevonden informatie kunnen beoordelen. Door de vaardigheden en inzichten van leerlingen en docenten samen te voegen ontstaat de kennis die nodig is om het informatieverwervingsproces met succes te doorlopen.

Idem dito geldt voor bijvoorbeeld het maken van educatieve games. Je hoeft als docent niet het programma waarmee de game gemaakt wordt in zijn geheel te doorgronden. Wel moet je weten hoe het hele proces van het bouwen van een game in stappen onderverdeeld kan worden, hoeveel tijd er voor de verschillende stappen ingepland moet worden, hoe je een spel leuk en/of spannend kunt maken, op welke verschillende manieren je de educatieve content kunt aanbieden, waar leerlingen informatie over het gebruik van de software kunnen vinden enz. Je moet dus als docent wel een heleboel weten en kunnen maar het doorgronden van de software is niet noodzakelijk.

Toch merk ik nog vaak dat bij professionalisering van docenten de aandacht uitgaan naar het beheersen van het instrumentarium. Dat vind ik jammer: ik denk dat de focus bij scholing van docenten op ict-gebied moet liggen op hoe je leerlingen kunt coachen bij het gebruiken van ict. Door zelf met de tools te werken zul je ongetwijfeld tegen een aantal problemen oplopen waarmee ook leerlingen geconfronteerd worden als ze die tools gaan gebruiken. Maar je zult ook tijd investeren in dingen die voor leerlingen geen enkel probleem zijn terwijl je andere zaken die voor leerlingen wel lastig zijn en voor jou niet over het hoofd zult zien. Leren hoe je een tool kunt gebruiken kan daarom een hulpmiddel zijn in de professionalisering van de docent maar ik denk dat we ervoor moeten oppassen om het daarbij te laten!

woensdag 30 januari 2008

Versnelde kennisontwikkeling in games

Vaak vragen mensen mij wat nu de toegevoegde waarde is van games in het onderwijs. Dat games de motivatie van lerenden kunnen bevorderen wordt algemeen aangenomen, maar of het nu ook echt het leerproces verbetert of versnelt, daar weten we nog niet zo heel veel van. Toch is er in de literatuur wel een en ander over geschreven. Zo stelt Steven Johnson in zijn boek 'Everything Bad is Good for You' dat we verschillende vaardigheden ontwikkelingen in onderhandeling met games en andere populaire media. Menno Deen, die tot voor kort de masteropleiding Nieuwe Media en Digitale Cultuur van de Faculteit Letteren aan de universiteit Utrecht volgde, heeft onderzoek gedaan of die stelling juist was.

In zijn masterthesis komt hij tot de volgende aanbevelingen:
  1. Erken de overeenkomst in de procesgerichtheid van sociaalconstructivisme en games. Formuleer daarom een leerdoel dat zich laat vertalen tot een proces.
  2. Creëer de mogelijkheid om op vier wijzen het proces te benaderen. Biedt een pragmatische, theoretische, interpersoonlijke en zelfexpressieve benaderingswijze aan voor een proces of probleemstelling.
  3. Stimuleer reflectie. Net als bij de benaderingswijzen, attendeer ik de lezer op vier reflectiemethoden: pragmatisch, theoretisch, interpersoonlijk en zelfexpressief.
Ik vind zijn scriptie erg de moeite waard. Niet alleen omdat die de waarde van games onderzoekt,maar ook omdat hij zich verdiept heeft in reflectie. We weten allemaal dat leren zich niet bepaalt tot de school, maar dat we overal en altijd kunnen leren. Om ons bewust te worden van wat we leren en om ons leerproces te verbeteren moeten we reflecteren op ons leren. Maar lang niet altijd besteden we in het onderwijs tijd en aandacht aan reflectie door de leerlingen zelf. Leerlingen staan vaak ook niet te juichen van enthousiasme wanneer je ze vraagt wat ze zelf vinden van het leerproces. Menno doet in zijn scriptie aanbeveling hoe je dat proces anders vorm zou kunnen geven zodat de reflectie aansluit bij de leerstijlen van de leerlingen. Een les die ik graag ter harte neem!

De complete scriptie van Menno is te vinden via de wiki van Games2Learn.

vrijdag 11 januari 2008

Leermaterialen voor docenten

Naar de site van de OnderwijsvernieuwingscooperatieBij de Onderwijsvernieuwingscoöperatie wordt hard gewerkt. Niet alleen door mij ( ;-) ): er zijn een heleboel mensen bij betrokken. En die mensen maken prachtige producten; te mooi - vind ik - om er geen aandacht aan te besteden. Vandaar daarom deze keer maar eens de spotlichten op twee bestanden met leermateriaal voor docenten (alhoewel leerlingen er natuurlijk ook gebruik van mogen maken).

Binnen de Onderwijsvernieuwingscoöperatie wordt (de naam zegt het al): onderwijs vernieuwd. Om onderwijs te kunnen vernieuwen moet je natuurlijk eerst weten wat je wilt en vervolgens ervoor zorgen dat iedereen die bij die vernieuwing betrokken is over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om de vernieuwing uit te voeren. Bij de Onderwijsvernieuwingscoöperatie zijn ze zich daarvan bewust. Ze hebben daarom materialen ontwikkeld voor docenten om hen te informeren over en/of te laten oefenen met digitale middelen die in het onderwijs ingezet kunnen worden voor de vernieuwing van het onderwijs.

Er zijn twee bestanden met materialen. In het bestand docentenprofessionalisering digitalisering didactiek (DDD) staat informatie over digitale middelen die je kunt gebruiken in de les, zoals video en videoconferencing, applets, digitale schoolborden, podcast en nog veel meer. Het bestand Jonge ICT-coaches (JIC) is ontwikkeld voor leerlingen die docenten helpen bij het gebruik van verschillende programmeertools en webapplicaties, dus lessen over bijvoorbeeld Audacity, het programma Resize (om het formaat van een afbeelding te wijzigen), het maken van een weblog, Skype, enz.

Twee bestanden barstensvol materiaal waar docenten die gebruik willen maken van ict hun voordeel mee kunnen doen. Overigens: niet alleen docenten. Ik heb er zelf ook met veel plezier gebruik van gemaakt want ook voor mij valt er van dit bestand heel wat te leren!

Voor wie in één keer wil zien wat in beide bestanden te vinden is: klik hier voor de inhoud van het JIC-bestand en hier voor de inhoud van het DDD-bestand. Hou er overigens wel rekening mee dat dit versie 1.0 is: het materiaal wordt allemaal nog een keer bekeken en/of getest, zonodig herzien en eventueel uitgebreid.

vrijdag 28 september 2007

Klussen doe je met web 2.0

Naar de site Maakjezo.nlDeze week lanceerde Sanoma een nieuwe website: Maakjezo.nl. Op de site vind je instructies over allerlei serieuze (maak je auto winterklaar) en minder serieuze (het multifunctionele leven van een sjaal) dingen. Een instructie bestaat uit een aantal plaatjes met daarbij de beschrijving wat je moet doen. Je kunt heel makkelijk een eigen instructie maken. Kwestie van account aanmaken, en dan (na opgave van een titel) steeds een afbeelding uploaden met een tekstje erbij. Ingewikkeld is het niet; wel heel leuk om te gebruiken in je les. Je kunt je leerlingen bijvoorbeeld een instructie laten maken over een scheikundeproefje, een bepaalde sporttechniek, het maken van een schakeling, de uitleg van een computerprogramma, hoe je hygiënisch werkt in een keuken, hoe je een regenmeter maakt enz.

Het initiatief van Sanoma lijkt op andere buitenlandse initiatieven, zoals Instructables, Makezine, en Howstuffworks, alhoewel je bij die laatste twee niet zelf een instructie kunt toevoegen, maar ze alleen kunt raadplegen. Maar het zijn wel uitstekende sites om je te laten inspireren over welke onderwerpen je instructies kunt (laten) maken, en hoe je dat kunt doen. Weer eens een andere verwerkingsvorm voor je les!