Posts weergeven met het label hardware. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label hardware. Alle posts weergeven

woensdag 25 januari 2012

Tablet of laptop: that's the question!

Heel veel scholen houden zich op dit moment bezig met de vraag via welke device(s) ze hun leerlingen toegang willen geven tot internet en alle tools die daar te vinden zijn en tot de leermaterialen die de leerlingen nodig hebben voor hun lessen. De antwoorden op die vraag zijn uiteenlopend: er zijn (nog) heel veel scholen waar leerlingen geen eigen device hebben maar wel gebruik kunnen maken van een groot aantal p.c.'s in lokalen, studiecentra en mediatheken, er zijn scholen waar minder wordt geïnvesteerd in laptops of p.c.'s op school omdat leerlingen daar een eigen laptop krijgen van school en er zijn ook scholen die hun leerlingen geen laptop geven maar een tablet.

Wat de beste keuze is, is natuurlijk afhankelijk van wat de school wil met het onderwijs. Aan het besluit welke investeringen de school doet in hardware voor de leerlingen, gaan dan ook vaak vele vergaderingen vanaf: welk doel willen we bereiken en wat zijn daarbij onze prioriteiten, en welke investeringen (zowel in geld als wat betreft scholing) willen we doen om dat doel te bereiken?

Zoals altijd geldt ook hierbij: praten is goed, maar daar moet je het niet bij laten: je moet er ook mee aan de slag. Dat was ook de insteek van het Mondriaan college in Oss. Zij zijn van plan het komend schooljaar hun leerlingen een eigen device te geven, en wilden - net als veel scholen op dit moment - weten welk device het beste past bij hun onderwijsvisie. Om daarachter te komen hebben zij - samen met Kennisnet - een uitgebreide plugfest-bijeenkomst georganiseerd waar ze eerst kennis maakten met een aantal mogelijke toepassingen van ICT in de klas, variërend van het gebruik van Twitter in de geschiedenisles tot het samen met de klas opzetten van een Wiki.

Vervolgens kwamen de verschillende devices waarvan ze de mogelijkheden en grenzen wilden verkennen op tafel: laptops en tablets van verschillende merken (Asus en Apple) en - dus ook - besturingssystemen. Om gedegen te kunnen testen was tevoren een testformulier opgesteld, met daarin allerlei opdrachten die leerlingen op school nu (op de huidige computers op school) - moeten en kunnen doen. Deze opdrachten  waren ingedeeld in de categorieën: materialen delen, audio en video afspelen/bekijken, digitaal leermateriaal van diverse uitgevers en organisaties bekijken, zelf creëren, gebruik van de ELO en bijzondere toepassingen zoals het gebruik van digibordsoftware en dyslexiemiddelen. De opdrachten werden op alle devices uitgeprobeerd en in het formulier werd opgeschreven wat het apparaat wel en niet kon: kon de opdracht uitgevoerd worden of niet, moest er speciale software geïnstalleerd worden, was alles op een goede manier zichtbaar op het scherm enz. Deze resultaten werden vervolgens in een excelformulier gezet in de vorm van plussen en minnen. Daarbij moesten de testers aangeven wat het belang was van die functie voor de lessen zoals ze die nu gaven.

Ik ben zelf niet bij de bijeenkomst geweest, maar ik hoorde van de organisator vanuit het Mondriaan college, Linda Le Grand, dat de dag een groot succes was omdat directie, docenten en leerlingen (allen vertegenwoordigd in de bijeenkomst) nu beter zicht hadden op de eisen die ze zelf stellen aan de ict-middelen voor hun lessen en op de mate waarin de diverse devices op dit moment aan die eisen tegemoet komen.

Ik heb Linda gevraagd of ze hun ervaringen wil delen via dit blog en dat wil ze graag doen. Daarom hierbij de links naar een aantal bestanden:
 Op dit moment zijn alleen de resultaten uitgewerkt voor de Asus Eepad; de resultaten voor de iPad komen binnenkort beschikbaar.

Als je op school overweegt de leerlingen van een eigen device te voorzien, dan kan ik je zeker adviseren om gebruik te maken van de materialen. De resultaten van de tests zijn interessant als eerste oriëntatie: wat kunnen de apparaten wel en wat niet. Ben je al een stap verder en wil de school op korte termijn nieuwe devices aanschaffen, dan zou ik je adviseren om zelf - mede op basis van het door het Mondriaan college ontwikkelde formulier - een eigen testformulier te ontwikkelen. Immers elke school heeft zijn eigen onderwijsvisie, elke docent heeft zijn eigen voorkeuren voor tools en leermaterialen en ook leerlingen hebben hun eigen visie en mogelijkheden m.b.t. het gebruik van apparatuur op en voor school.

Er is nog veel meer materiaal voor en over deze dag gemaakt: te veel om in deze blogpost te delen. Wil je meer informatie over de aanpak en de uitkomsten van deze dag, laat dan een reactie achter onder dit blog. Linda heeft beloofd te reageren op jullie vragen.

N.B. Inmiddels zijn ook de resultaten van de test op de iPad bekend. Je kan ze hier bekijken en downloaden. 

woensdag 15 juni 2011

Tablets en gamification

fot van fietser bovenop een bergZoals ik gisteren al vertelde was me gevraagd om op de bijeenkomst bij Kennisnet over de mogelijkheden van tablets in het onderwijs iets te vertellen over gamification en tablets. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me daar tot op dat moment niet over had nagedacht, dus ik vond het wel een uitdaging om me daar eens in te verdiepen ;-) Vandaag een post over dat onderwerp.

Over gamification schreef ik al eens eerder blogposts, in april van dit jaar en in september 2006. Gamification is niet het onderwijs aanbieden in de vorm van een spel, maar het gebruik maken van gameprincipes om het onderwijs te verbeteren. Gamification is je onderwijs zo maken dat leerlingen met evenveel motivatie, inzet en/of plezier onderwijs 'genieten', als genieten van een game. Daarvoor maak je gebruik van de principes van een spel, zoals:
  • een verhaal,
  • opbouw in levels,
  • aanpassen aan de speler (speelstijl, mogelijkheden),
  • competitie,
  • beloning,
  • de speler bepaalt (in sommige games bepaalt het lot, maar dat zijn games die over het algemeen niet hoog gewaardeerd worden),
  • een goede balans tussen uitdaging en makkelijke dingen doen,
  • de mogelijkheid tot samen gamen, met elkaar of tegen elkaar.
Om te kunnen beoordelen of een tablet mogelijkheden biedt tot gamification, heb ik niet alleen gekeken naar de software van zo'n apparaat, maar ook naar de hardware. Omdat ik zelf een iPad heb, heb ik me daarop gericht, maar de mogelijkheden van de nieuwe Androidtablets zijn - voor zover ik kan zien na een redelijk vluchtige test van een Samsung 7100 10.1V- niet anders.

Bij het werken op de iPad merk ik dat het apparaat zelf iets 'speels' heeft:
  • het is natuurlijk een prachtige gadget. Eigenlijk net zoals een Zwitsers zakmes iets wat (bijna) iedereen graag wil hebben. Omdat je er alles mee kan doen en omdat het mooi is vormgegeven.
  • het apparaat is multitouch, dat wil zeggen dat je er - in principe - met meer mensen tegelijkertijd mee bezig kan zijn. In een spel als Harbor Master bijvoorbeeld kan je met 2 personen tegelijkertijd elk je eigen boten zo snel mogelijk de goede kant op sturen,
  • het apparaat is uitermate gebruikersvriendelijk. Je hoeft er niet lang op te studeren: het nodigt je uit om direct aan de slag te gaan en al experimenterend te ontdekken wat je ermee kan,
  • je bedient het apparaat met je vingers of door het apparaat op en neer te bewegen, waardoor je contact met het spel heel direct is. Als je kijkt naar de ontwikkeling van games en gameconsoles door de jaren heen, dan zie je dat de aansturing van games in de loop van de jaren steeds makkelijker is geworden. Voor de eerste games moesten we commando's intypen, later kwamen er muizen en gamecontrollers, en inmiddels zijn we zover dat we games aansturen met ons lichaam. Werken met de iPad ligt perfect in lijn met die ontwikkeling.
Als je kijkt naar de software van de iPad, de apps, dan zien we heel veel apps die bruikbaar zijn voor het onderwijs en die gameprincipes ingebouwd hebben. Er zijn bijvoorbeeld apps die:
  • competitie mogelijk maken (bijv. in de vorm van een quiz, zoals in iQuiz),
  • het mogelijk maken om een verhaallijn neer te zetten (bijv. ToonTastic, een app om je eigen animaties te maken),
  • werken in levels (bijv. in Motion Math, een rekenspel voor het basisonderwijs),
  • die je een beloning geven (bijv. boeken waarin iets leuks te zien valt bij het lezen, zoals in Alice (in Wonderland) for the iPad- zie het filmpje hieronder),
  • je laten doen wat je kan en je daarin bevestigen, maar je ook uitdagen om verder te gaan (zoals de app Garageband waarin je heel makkelijk muziek kunt maken met behulp van voorgeprogrammeerde akkoorden, maar waarin je ook noot voor noot je eigen muziek kunt componeren,
  • je vrijheid geven om zelf onderzoek te doen, zoals Touch Physics, waarin je kunt experimenteren met een aantal natuurkundige wetten door je eigen levels te maken.
Het lijkt me duidelijk dat de iPad genoeg mogelijkheden biedt om gameprincipes in te bouwen in het onderwijs. Maar om goed, 'speels' onderwijs te maken heb je meer nodig dan alleen gereedschap. Je hebt iemand nodig die het juiste gereedschap kan kiezen vanuit het perspectief van:
  • de leerling. Welke app past bij welke leerling (de ene leerling houdt van competitie en de andere niet; sommige leerlingen willen strak gestuurd worden; anderen gaan voor het experiment), op welk moment en voor welk doel,
  • het curriculum: welke app en welk apparaat kan het beste gebruikt worden bij welk leerdoel en hoe bouw je dat op tot een totaal curriculum?
  • de onderwijsvisie: hoe wil je als school je onderwijs inrichten, welke apparaten en apps zet je hiervoor in (de tablet is maar één van de middelen die je kunt inzetten om goed onderwijs te geven) en hoe zorg je ervoor dat die optimaal benut worden (denk hierbij bijvoorbeeld ook aan mediawijs gebruik van alle tools).
De conclusie van mijn presentatie was dan ook dat de iPad prachtige mogelijkheden biedt voor het verbeteren van onderwijs door het toepassen van gameprincipes, maar dat al die mogelijkheden alleen maar zinvol zijn als de docent de regisseursrol op zich neemt en de leerling helpt om de mogelijkheden van de tablet optimaal te benutten om de onderwijsdoelen te behalen. Want hoe leuk je het onderwijs ook maakt: leerlingen willen toch vooral ook zo snel en efficiënt mogelijk de eindstreep behalen. De route naar die eindstreep toe kent bergen en dalen; gamification kan de leerling helpen die route snel en goed af te leggen door ze te motiveren en door ze extra kracht te geven. Het is de docent die de weg kent, de leerlingen coacht en bepaalt waar en hoe die game-elementen het beste ingezet kunnen worden.


Hieronder de Popplet-mindmap die ik gebruikte voor de presentatie. Overigens liep ik daarbij tegen de beperkingen van de iPad op die ik gisteren beschreef. Als je deze Popplet wil bekijken in de browser van de iPad dan zal je dat niet lukken omdat je daarvoor Flash nodig hebt. En bekijk je de popplet met de officiële - betaalde - Popplet-app, dan zal je zien dat die app minder mogelijkheden biedt dan de webversie van deze tool.






Afbeelding bovenaan deze blogpost van Lancashire County Council, gepubliceerd onder CC-by.

dinsdag 14 juni 2011

Tablets: de killer-app in het onderwijs?

foto van een pot met tablets-pillenIn de vakantie was ik te gast bij Kennisnet, op De Verdieping, waar een bijeenkomst was over tablets in het onderwijs. Een interessante bijeenkomst met - zoals viel te verwachten - vooral fans van tablets en met name van iPads. Bijna alle aanwezigen hadden zo'n apparaat en er werd druk informatie uitgewisseld welke apps iedereen gebruikte.

Maar daar bleef het natuurlijk niet bij. We hoorden ervaringen uit de onderwijspraktijk van:
Ook makers van apps kwamen aan het woord. Er waren presentaties van:
Naast bovengenoemde presentaties waren er ook presentaties die niet direct vanuit de onderwijspraktijk kwamen, maar vooral gingen over de mogelijkheden van de iPad:
Uit alle verhalen werd duidelijk dat de iPad mogelijkheden biedt voor het onderwijs, zowel voor docenten als voor leerlingen. De iPad is een handig apparaat dat zich makkelijk laat meenemen en dat heel makkelijk in gebruik is. Bestanden kunnen op het apparaat zelf gezet worden of opgeslagen worden in de cloud en van daaruit benaderd worden. Je kunt het apparaat gebruiken als ebookreader: je ogen raken niet snel vermoeid en ook bij redelijk fel licht blijven teksten leesbaar. In tegenstelling tot ebookreaders kunnen teksten op de iPad verrijkt zijn met (kleurrijke) multimedia en hyperlinks naar aanvullende informatie op het web. En er zijn veel apps die mogelijkheden bieden voor (interactieve, mobiele) lessen, o.a. met behulp van de ingebouwde camera's, GPS-voorziening en bewegingssensor.

Maar is het de killer-app is voor het onderwijs? Kunnen scholen laptops, p.c.'s en mac's de deur uitdoen en vervangen door iPads?

Zover is het volgens mij nog lang niet:
  • de meeste apps zijn Engelstalig. Dat is niet echt een probleem als het gaat om creatieve applicaties (tekenen, foto- en filmbewerking, het maken van een animatie enz.) of om activiteiten waarin taal een beperkte rol speelt (het inoefenen van de tafels) maar het wordt lastig voor onderwerpen waarbij je wilt uitleggen hoe iets werkt en (bijna) onmogelijk als het gaat om vakken die in Nederland een andere inhoud hebben dan in het land van herkomst van de app (geschiedenislessen in Nederland zijn anders dan geschiedenislessen in de VS en dat geldt natuurlijk ook voor het leren van onze eigen taal),
  • de iPad is niet voorzien van een ethernet of usb-ingang. Om toegang te hebben tot internet en bestanden op te slaan in de cloud, moeten iPadgebruikers beschikken over een goed draadloos netwerk. De school kan natuurlijk zelf zorgen voor een goed werkend draadloos netwerk, maar daarmee is nog niet gegarandeerd dat de iPad ook thuis gebruikt kan worden door leerlingen en docenten.
  • op de iPad draait geen Flash en ook geen Java. Daarvoor zijn al wel een aantal tools beschikbaar en er worden steeds meer Flash- en Java-tools geprogrammeerd in HTML-5, maar het zal nog wel even duren voordat we net zoveel tools hebben in HTML-5 als we nu hebben in Flash en Java.
  • sommige webapplicaties zijn slecht tot niet bruikbaar op de iPad. Zo werkt de editor in LinkedIn niet goed, een blogpost schrijven in Blogger kan alleen met behulp van andere tools (zoals Blogsy) en menu's die werken met een mouse-over effect (sommige uitklapmenu's) zijn niet toegankelijk.
  • Typen op de iPad gaat redelijk maar het kost wel meer energie dan op een toetsenbord omdat je je hand niet kan laten rusten. Voor een kort mailtje geen probleem, maar wel lastig als je bijv. een werkstuk moet schrijven.
Ik denk dus dat we voorlopig in ieder geval nog geen afscheid kunnen nemen van de p.c./laptop/Mac. Ook op scholen waar alle leerlingen en docenten een iPad hebben zal behoefte zijn aan laptops, p.c.'s of Mac's. Om sites te bekijken die op de iPad niet te bekijken zijn, om met software te werken waarvan op de iPad alleen een versie beschikbaar is met beperkte mogelijkheden of om ontspannen een tekst te kunnen schrijven. En waarschijnlijk zullen die leerlingen en docenten ook thuis nog regelmatig gebruik blijven maken van hun 'oude' computer. Of scholen iPads gaan aanschaffen voor leerlingen en/of docenten is volgens mij dus geen vraag van óf het één óf het ander, maar van èn het één en het ander. De vraag is hoeveel scholen dat willen en kunnen betalen (kosten aanschaf en afschrijving hardware, ontwikkeling content, professionalisering) en organiseren (toegang tot volwaardig draadloos netwerk en liefst ook mobiele toegang, veilig en doelgericht gebruik internet als informatie-, communicatie- en creatiemedium).

Maar ik verwacht wel dat de tablets in toenemende mate een eigen plek gaan opeisen in het onderwijs. Als pen en papier, als middel om contacten te onderhouden met anderen (mail, MSN, Skype, Facebook enz.), om roosters en werk van leerlingen te bekijken, als werkboek en om snel het web op te gaan om iets op te zoeken of te bekijken. Voor mij is het in ieder geval, naast mijn oude vertrouwde p.c., een heel handig apparaat!

N.B. Tot slot voor wie op zoek is naar bruikbare apps voor iPod, iPhone of iPad nog een paar overzichten van apps (er zijn er nog veel meer, maar dit is een aardige start):
Afbeelding van adamwilson, gepubliceerd onder CC-by.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

maandag 23 mei 2011

Picocrickets

afbeelding van een doos PicocricketsIn januari bood ik op dit blog een paar techno-gadgets aan: een Swinxs en een set Picocrickets: een setje sensoren, die aangestuurd worden door software (Scratch) waarmee kinderen (vanaf een jaar of 10) zelf een programma schrijven. De Picocrickets heb ik toen uitgeleend aan Michel Boer, leerkracht en ict-coördinator op OBS Theo Thijssenschool. Hij schreef onderstaand verslag. Eerdere verslagen van het gebruik van de Picocrickets zijn geschreven door Brigit Moonen en Kathelijne Russcher.

In aansluiting daarop: is er nog iemand die met zijn/haar leerlingen wil experimenteren met de Picocrickets? Ze zijn weer beschikbaar. De enige voorwaarde is dat je naderhand een stukje schrijft voor dit blog waarin je je ervaringen (positief of negatief) deelt. Laat een reactie achter in dit blog als je geïnteresseerd bent of stuur je een mailtje. Mijn e-mailadres vind je hier.

Afbeelding hierboven van jeanbaptisteparis, gepubliceerd onder CC-by-sa.

Van Michel Boer

Margreet van den Berg deed een oproepje of iemand picocrickets wilde uitproberen. Ik had het al een keer op een website gezien en stond op de lijst voor een ICT leskist maar helaas was toen te weinig budget. De kans om het eens uit te proberen.

De set die in ontving bestaat uit een doos met diverse blokjes, snoertjes, touwtjes, veertjes en een CD met bijbehorende software. Mijn eerste gedachte was dan ook wat je hier nu weer mee moest doen. Al snel begreep ik dat de blokjes de picocrickets waren; een klein computertje dat je kan programmeren met de bijbehorende software PicoBlocks.

Na installatie van deze software en wat experimenteren, heb ik toch maar even de handleiding erbij gepakt om te bekijken hoe het nu werkt. Eenmaal werkend blijkt het principe heel eenvoudig te zijn. Met de picocricket kan je lampjes laten branden, geluiden maken of iets laten draaien. De software is netjes verdeeld in deze drie mogelijkheden. Als ik een lampje aangesloten op de Picocricket feller willen laten branden, dan sleep ik een lampje in het programmeervak en stel de lichtsterkte in. Dit bouw ik na met de picocricket, starten en het werkt.

Leuker wordt het natuurlijk als het lichtje pas gaat branden als het donker wordt. Dat kan met een sensor en een flow. De laatste is een visueel gemaakt stukje ‘statement’, bijvoorbeeld ‘if then else’ of ‘repeat until’. De programmeurs onder ons herkennen dit direct. Een flow plaats je op de picocricket met een bijbehorende conditie. In dit geval een sensor die aangeeft hoe donker is. Deze programmeer je ook weer (zie plaatje) en uitvoeren maar.

screenshot programmeren met Scratch
De software heeft ook mogelijkheden om bewerkingen als groter dan.., kleiner dan of gelijk aan te detecteren. Ook noem ik de mogelijkheid om grafieken te tonen van de waarden die sensoren hebben gemeten. Voor een ex-programmeur is de software allemaal zeer logisch opgezet en eenvoudig in gebruik.

Maar het is natuurlijk niet bedoeld voor mij, maar voor kinderen (maar ik voelde me ook even weer kind toen ik ermee mocht spelen). Uiteraard heb ik een aantal leerlingen met de picocrickets laten spelen. Zij hadden al wat ervaring met de mindstorm (robot van lego) dus begrepen ze al snel de mogelijkheden van de software. Daarna werden er leuke dingen gebouwd om de picocrickets heen.

Picocrickets vind ik echt een aanvulling in het onderwijs. Kinderen leren logisch na te denken hoe zij bijvoorbeeld een lampje willen laten branden als je in je handen klapt. Nadenken welke sensoren je nodig je hebt, in welke volgorde ze moeten staan en op welke actie ze moeten reageren. Het leert kinderen ook dat heel veel techniek om ons heen, bestaat uit dit soort stukken code. Het lijkt zo gewoon dat een cv-ketel aanslaat als de temperatuur te laag wordt. Maar als je het zelf kan bouwen dan gaat het leven en blijkt het opeens een stuk ingewikkelder te zijn dan wat knopjes op een doosje.

dinsdag 9 februari 2010

E-boeken en pdf bibliotheek

Ook al doe ik weinig meer met mijn oude vak van bibliothecaris: ik ben nog wel altijd van het type van dingen verzamelen en in mapjes stoppen. Best handig, overigens: ik kan bijna altijd de bestanden terugvinden die ik nodig heb. Zo bewaar ik keurig al mijn pdf-documenten en e-books in mapjes op mijn p.c., en als ik tijd heb om te lezen maak ik een selectie daaruit die ik overzet op mijn e-reader en onderweg lees. Ik zit daarom zelden zonder interessant 'leesvoer'.

Maar het ordenen van documenten in mappen biedt natuurlijk maar heel beperkte mogelijkheden om je informatie terug te vinden. Je zult immers een document als regel maar in één mapje opbergen, terwijl je vaak op verschillende ingangen wilt zoeken: de schrijver van een document, de uitgever, een aantal trefwoorden, misschien een jaartal enz. Gelukkig is er een gratis pakket om een bibliotheek te maken van e-boeken: Calibre. Net als bij een bibliotheek van gewone boeken kan je in een Calibre-bibliotheek je boeken beschrijven: je kunt er een auteursnaam aan hangen, het document voorzien van een titel, een uitgever, een ISBN-code (dat geldt uiteraard alleen voor boeken en niet voor PDF-bestanden) een datum, en net zoveel trefwoorden als je zelf wilt. Heerlijk: het voelt bijna weer alsof ik werk met een kaartenbakje ;-)

Als je e-boeken in Calibre opneemt, kan de software, op basis van auteur en titel, automatisch aanvullende informatie ophalen van het web: een korte beschrijving, bibliografische informatie, de omslag enz. Bovenaan in het scherm van Calibre zie je en screenshot van de PDF-bestanden, en - indien mogelijk - het omslag van de boeken die je hebt opgenomen.

Je kunt in Calibre aangeven welke reader je gebruikt. Als je een bestand overzet naar je reader, gaat de software na of het bestand op je p.c. leesbaar is voor die reader. Als dat niet het geval is, wordt het bestand geconverteerd naar een formaat dat voor jouw reader wel leesbaar is. Jammer is dat mijn reader, een iRex, niet is opgenomen in het overzicht. Misschien dat dat gebeurt bij een nieuwe versie: de iRex schijnt sinds kort verkrijgbaar te zijn op de Amerikaanse markt.

Je kunt met Calibre ook bestanden ophalen van verschillende digitale kranten om ze onderweg op je e-reader te kunnen lezen. Voor Nederland zijn dat o.a. het AD, De Volkskrant, Trouw en NRC Next. Ik zal dat weinig gebruiken: ik gebruik mijn reader bijna alleen voor pdf-bestanden.

Calibre vind ik niet alleen handig voor wie een e-bookreader heeft: je kunt het ook gebruiken om een collectie pdf-bestanden op je p.c. te ontsluiten. In Calibre zit een ingebouwde lezer. Handig voor wie geen reader heeft en maar ze wel wil lezen. Ik denk wel dat dat heel vermoeiend is, maar daarmee heb je wel toegang tot behoorlijk wat boeken.

Al met al vind ik Calibre wel een handige manier om mijn pdf'jes te ontsluiten en bij elkaar te houden voor mijn e-reader. En het is best lekker om me zo af en toe weet bibliothecaris te voelen ;-)

woensdag 14 oktober 2009

Service iRex?

Voor het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma heb ik de afgelopen weken een aantal apparaten mogen testen. Dat was natuurlijk leuk werk: wie vind het nou niet leuk om te spelen met de allernieuwste hebbedingen? Soms blijken die hebbedingetjes uitermate handige apparaten te zijn. Zo gebruik ik al weer bijna een jaar de iRex e-reader 1000S en ik ben er 100% tevreden over: het apparaat heeft de functionaliteiten die ik nodig heb in huis (goed leesbare pdf's), ik vind hem makkelijk te bedienen en het scheelt me veel sjouwwerk. Het toeval wilde dat mijn e-reader het juist in de afgelopen periode begaf: ik moest hem talloze malen resetten, de knoppen onderaan het scherm deden niet meer wat ze moesten doen en toen er een upgrade van de software kwam lukte het me niet meer om de e-reader te laten communiceren met mijn p.c. Omdat ik het apparaat echt veel gebruik aarzelde ik om hem terug te brengen want ik wilde hem niet graag missen. Maar ja, zo ging het eigenlijk ook niet langer. En, zo redeneerde ik, voor een apparaat van 699 euro verwacht je een uitstekende service dus het zou vast niet lang duren.

Om te beginnen belde ik dus naar iRex om het probleem voor te leggen. Helaas: daar ving ik bot: ik moest een ticket aanmaken op de website van iRex; alleen dan kon mijn klacht in behandeling genomen worden. Dus maar naar de site, die overigens helemaal in het Engels is terwijl iRex toch echt een Nederlands bedrijf is. Met wat moeite lukte het me om een account aan te maken en vervolgens mijn klacht door te geven via een 'ticket'. De dag erna kreeg ik al bericht: ik kon de software upgrade ook op een andere manier uitvoeren (helaas, zo bekende de helpdesk, zat er nog een bug in de software waardoor je de upgrade niet kon uitvoeren met de ingebouwde Companion software). En of ik mijn klacht nog nader kon omschrijven. De upgrade lukte maar daarmee was ik nog niet van de problemen af. Prompt kreeg ik de tip om eerst een keer de e-reader helemaal leeg te laten lopen en daarna weer op te laden; misschien dat dat het probleem zou verhelpen. Dat was niet het geval: nu begaf de e-reader het helemaal. Ik kreeg een mailtje dat ik een retourdoos zou krijgen met daarbij een slecht uit het Engels vertaalde handleiding wat ik in de doos moest doen. Ongeveer twee weken nadat ik het apparaat had opgestuurd kreeg ik het terug. Het apparaat werkte nu weer goed en ik heb hem direct weer in gebruik genomen.

Na de reparatie heb ik nog wel contact gehad met iRex. Ik vond de service bijzonder teleurstellend, zeker als je je realiseert dat het gaat om een Nederlands apparaat dat meer dan 2 keer zo duur is als zijn Amerikaanse tegenhanger. iRex vertelde me dat ze met onderwijsinstellingen wel speciale afspraken maken: de contactpersoon van een onderwijsinstelling die een aantal apparaten afneemt kan een contactpersoon benoemen die rechtstreeks contact kan opnemen met iRex, dus buiten het ticketsysteem om. Maar ja, daarmee was ik natuurlijk niet geholpen en als ik een onderwijsinstelling zou zijn dan zou ik het graag aan mijn studenten willen overlaten om problemen met hardware op te lossen. Ik hoop daarom dat iRex iets gaat doen aan hun m.i. zeer gebrekkige service. Voor mij is het in ieder geval een reden om te adviseren nog even heel goed na te denken voordat je een e-reader koopt, ook al vind ik nog steeds dat de iRex 1000S voor mij het ideale apparaat is.

Afbeelding van BlueOut, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

dinsdag 13 oktober 2009

Pico projector PK 101

Klik hier om naar de Nederlandse site van Optoma te gaanHet afgelopen weekend heb ik, na Gerard Dümmer, de Picoprojector PK 101 van Optoma mogen testen in het kader van het SURFnet-Kennisnet Innovatieprogramma. De Picoprojector is een heel kleine projector (ca. 10x5x1,5 cm) die bedoeld is om foto's en filmpjes vanaf je pda of mobiele telefoon te laten zien. Ik maak zelf maar heel weinig foto's en nog minder filmpjes, dus voor mij persoonlijk leek het apparaat me niet zoveel te bieden. Toen ik de doos met de Picoprojector in handen kreeg leek het zelfs onmogelijk om het ding te testen omdat voor de apparaten die ik gebruik geen geschikt stekkertje/snoertje in de doos zat. Dat viel me behoorlijk tegen: er zaten heel veel snoeren in de doos:
  • een snoer met aan de ene kant een jack plug van 1,5 mm en aan de andere kant 3 vrouwtjes tulp stekkertjes;
  • een snoer met aan de ene kant een jack plug van 2,5 mm en aan de andere kant 3 mannetjes tulp stekkertjes;
  • een snoer met een mini-usb en een usb-stekker
  • een 220 Volt stekker met een usb-ingang.
Het aantal stekkers gaf mij goede hoop dat één daarvan geschikt zou zijn voor ofwel mijn telefoon (HTC Touch) ofwel mijn MP4-speler (iPod Touch) maar dat viel dus tegen: ik had alleen nog een (oude) pda van HP waar ik de Picoprojector op kon aansluiten. Er zijn, zo bleek na een bezoekje aan de website, nog veel meer stekkertjes te koop: elk voor weer andere telefoons of mp4-spelers. Om de Picoprojector dus werkend te krijgen zou ik een nieuw verloopstuk moeten aanschaffen. En zou ik de Picoprojector aan iemand willen uitlenen met een ander merk telefoon dan zou ik vermoedelijk weer een ander verloopstuk nodig hebben. Niet echt praktisch dus.

Maar eigenlijk wilde ik vooral weten of ik de Pico ook kon aansluiten op mijn laptop. Want daarin zag ik veel mogelijkheden voor het onderwijs: het leek me reuze handig om, wanneer je bezig bent met een groepje mensen, even snel aan de anderen te kunnen laten zien wat je aan het doen bent. Toen ik mijn dochter, student op de Pabo, vroeg wat zij van dat idee vond, vertelde ze me dat ze het vooral handig zou vinden voor de presentaties die de studenten moeten geven op school. Daarvoor moeten ze tevoren een beamer aanvragen en ophalen en dat is niet altijd handig. Een kleine betaalbare beamer die ze zo vanuit huis kon meenemen leek haar helemaal het einde.

Ik ben daarom maar eens gaan bellen met Optoma, de leverancier van de Picoprojector, om te achterhalen of het überhaupt mogelijk is om de Picoprojector aan een laptop te hangen. Het was de eerste keer niet makkelijk om ze te pakken te krijgen maar de informatie die ze me in de dagen daarna gaven was uitstekend dus daarover niets dan lof.

Uit de gesprekken leerde ik dat er wel een snoertje te koop is om de Picoprojector aan te sluiten op de laptop maar dat de beeldkwaliteit die dat oplevert eigenlijk onvoldoende is, zeker als je tekstbestanden wilt laten zien of presentaties met veel tekst. Dat snoertje is om die reden niet te vinden in de webwinkel maar ze wilden het mij wel leveren als me maar wel duidelijk was dat ik er niet teveel van moest verwachten. Verder werd me duidelijk dat van de Picoprojector PK101 inmiddels al een opvolger is die binnenkort leverbaar is in Nederland: de PK102. Deze projector heeft niet alleen een geheugen waar je foto's en filmpjes op kunt bewaren: hij heeft ook standaard de mogelijkheid om hem via USB te verbinden met een p.c. of laptop. Maar, werd me verteld: deze projector kan wel gebruikt worden voor video en foto's maar ook de resolutie van de PK102 te laag om tekstbestanden te laten zien of presentaties te geven. Optoma zal in 2010 een heel nieuwe projector op de markt brengen waar dat wel mee kan, maar daarvoor moeten we nog een tijdje geduld hebben.

Daarom heb ik de Pico PK101 getest, met het verloopsnoertje (van ca. 30 euro) voor de p.c./laptop dat ik inmiddels in huis had. En eerlijk gezegd: dat viel me niet tegen. Als je de projector gebruikt in een verduisterde ruimte en de beamer niet verder dan 2 meter van het scherm zet, kan je een presentatie redelijk goed zien. Een tekst op normale grootte is niet te lezen, maar dat valt goed te verhelpen door in te zoomen op het deel dat je wilt laten zien. Het is even zoeken om het beeld zo scherp mogelijk te krijgen omdat het wieltje dat je daarvoor gebruikt erg klein is en je dus snel te ver doordraait. De projector gaat meer dan een uur mee op een volle batterij. Je kunt het licht op halve sterkte zetten maar dat gaat uiteraard ten koste van de scherpte dus dat vind ik niet echt een optie. Maar in de doos zit een extra batterij dus als je de beamer langer wilt gebruiken kan je snel even de batterij wisselen. Opladen gebeurt via de bijgeleverde USB-kabel. Wat het kost? De prijs van de PK101 is 210 euro (excl. BTW); de PK102 wordt in de VS verkocht voor ca. 250 USD. De prijs van de opvolger van de PK102 is uiteraard nog niet bekend.

Koop ik de Picoprojector zelf? Nee: voor mij biedt deze versie nog onvoldoende mogelijkheden. Ik denk ook niet dat ik de PK102 ga kopen: de extra mogelijkheden van dat apparaat zijn toch vooral gericht op het projecteren van beeldmateriaal (ingebouwd geheugen, mogelijkheid om R/G/B kwaliteit aan te passen voor VGA), ook al kan je hem al wel standaard op je p.c. aansluiten. Maar als de opvolger van de PK102 op de markt komt dan ga ik toch wel kijken of die betaalbaar is. Want die lijkt me toch wel heel handig om mee te nemen in je school- of werktas!

Afbeelding van kisocci, gepubliceerd onder CC-by-sa.

woensdag 9 september 2009

iRex e-reader1000S

Over het derde apparaat dat ik heb getest in het kader van het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma heb ik al eens eerder iets geschreven. Inmiddels heb ik het apparaat nu ruim een jaar en ik moet zeggen: voor mij persoonlijk doet het precies wat ik ervan had verwacht. Ik heb nu altijd ruim voldoende leesvoer bij me op me tijdens lange treinreizen niet te vervelen, ik raak nooit meer pdf'jes kwijt en aantekeningen die ik bij de pdf'jes heb gemaakt kan ik altijd terugvinden. Mijn persoonlijk testverslag van iRex e-reader 1000S

Wat zit er in de doos?
  • De e-reader met daarbij de stylus
  • USB-kabel om bestanden over te zetten van de p.c. naar de reader (de iRex heeft geen WiFi) en om op te laden
  • De handleiding
Waar is het apparaat voor bedoeld?
De iRex e-reader is een apparaat waarmee je verschillende soorten (tekst)bestanden kunt lezen. In de reclames rond dit soort apparaten wordt meestal alleen gesproken over het lezen van boeken, maar met de meeste e-readers kunnen ook andere documenten gelezen worden. De iRex e-reader ondersteunt de formaten PDF, TXT en HTML, de meest gangbare tekenformaten (JPEG, PNG, GIF, TIFF en BMP) en het boeken-formaat Mobipocket.

Het verschil tussen het scherm van e-readers en de meeste andere digitale apparaten is dat het werkt met e-ink: een techniek waarmee beeld bestaat uit een vlak van bolletjes. Die bolletjes kunnen, afhankelijk van de elektrische lading, zwart of wit worden. Een bolletje hoeft maar één keer een lading te krijgen en behoudt daarna zijn kleur. Het scherm van een e-bookreader gebruikt daarom veel minder stroom dan andere schermen. Een volledig opgeladen i-Rex levert ongeveer 8 uur leesplezier.
E-ink (en dus e-bookreaders) heeft bovendien geen backlight waardoor het heel prettig leest en, net zoals een boek, ook in vol zonlicht gebruikt kan worden. Daarnaast passen in een e-boek talloze boeken waardoor je minder hoeft te sjouwen.
De iRex 1000S is op dit moment nog één van de weinige e-bookreaders met een groot (10,2’’) scherm. Dat is handig voor het lezen van niet-schaalbare bestanden zoals pdf, omdat dan de hele tekst op een voldoende groot formaat zichtbaar is en er weinig van links naar rechts gescrold hoeft te worden.

Wat kan het nog meer?
De iRex1000S kan niet alleen gebruikt worden om te lezen: je kunt er ook aantekeningen mee maken. Die functie is wel beperkt: het duurt vrij lang voordat op het scherm zichtbaar wordt wat je hebt geschreven. Als het gaat om een paar korte notities bij een tekst is dat niet zo’n probleem maar voor het maken van uitgebreide notities is de iRex niet geschikt.
De iRex biedt verder de mogelijkheid om teksten te vergroten. Dat kost wel veel tijd en als je de tekst in één stap sterk wilt vergroten dan krijg je soms de melding dat er onvoldoende geheugen vrij is daarvoor. In dat geval moet je de vergroting in kleinere stappen doen.
Waar de iRex niet mee overweg kan is kleur. Er zijn wel e-bookreaders waarmee kleuren weergegeven kunnen worden maar de iRex heeft alleen zwart en wit. Voor tekstbestanden is dat niet zo’n groot probleem maar e-bookreaders zijn ongeschikt voor boeken met veel beeldmateriaal. Denk daarbij bijv. aan anatomieboeken of kunstboeken waarbij kleur noodzakelijk is voor de inhoud.

Gebruikerservaringen
Om de e-reader te kunnen gebruiken heb je eigenlijk geen handleiding nodig: je kunt er bijna vanzelf mee aan de slag. Maar er zijn inmiddels wel heel veel programmaatjes die aansluiten op de e-reader. Software om DRM te omzeilen, om bestanden om te zetten naar mobipocketformaat enz. De informatie daarover is erg verspreid dus als je buiten de gebaande paden wilt dan kost je dat wel veel tijd.

De ontwikkelingen op het gebied van e-readers gaan op dit moment heel snel: er komen steeds nieuwe apparaten uit die weer andere mogelijkheden hebben en ook de software van bestaande e-readers komen regelmatig met updates van hun software waardoor nieuwe mogelijkheden komen. Zo biedt de laatste versie van de iRex software de mogelijkheid van tabbed browsing zodat je verschillende schermen open kunt houden.

Het nadeel van e-ink (en dus van alle e-bookreaders) is dat het traag is: het duurt soms langer dan een seconde voordat een pagina is opgebouwd in de iRex. Dat is geen bezwaar als je gewoon doorleest maar als je wat wil bladeren dan houdt dat enorm op.
Een algemeen nadeel van e-bookreaders is dat er geen algemene standaard is voor de boeken die ermee gelezen kunnen worden. De iRex kan alleen overweg met het Mobipocket formaat, de Amazon Kindle leest boeken in het AZW-formaat, en de readers van Sony ondersteunen ePub. De boeken kunnen niet zonder meer van het ene naar het andere formaat overgezet worden dus wie nu een collectie boeken aanschaft voor de iRex en straks besluit om over te stappen op een andere e-reader loopt het risico dat zijn hele boekencollectie niet meer toegankelijk is. Er is weliswaar software om deze rechten te kraken, maar die is niet legaal en het is nog onzeker of uiteindelijk één formaat de overhand krijgt en zo ja: welk formaat dat dan is.
Wie problemen krijgt met de (dure) e-bookreader van Iliad kan niet zomaar met zijn apparaat terug naar de fabriek. Om hulp te krijgen moet je via de website een ‘ticket’ invullen waarop je de klacht omschrijft. Je krijgt dan eerst via de mail hulp. Ik vermoed dat als je er op die manier niet uitkomt je uiteindelijk wel het apparaat terug kunt sturen maar ik vind het een weinig klantvriendelijke aanpak.

Hoe kan het ingezet worden in het onderwijs?
De meest voor de hand liggende inzet van de e-bookreader in het onderwijs is vermoedelijk om er boeken en readers op te zetten. Maar dat valt tegen omdat bij het studeren vaak meer boeken naast elkaar geraadpleegd worden. Dat kost veel tijd omdat elke keer het ene boek afgesloten moet worden voordat een nieuw boek geopend kan worden en het inlezen van de pagina’s kost nu eenmaal veel tijd. Maar voor wie boeken of vakliteratuur van begin tot eind wil lezen is de e-reader wel handig, ook al omdat die vaak in pdf-formaat beschikbaar zijn.
De e-reader misschien nog wel het handigst voor docenten die veel werk van leerlingen of studenten moeten lezen en beoordelen. Nu wordt dat vaak uitgeprint omdat veel lezen van het scherm nu eenmaal vermoeiend is voor de ogen, voorzien van aantekeningen en zo geretourneerd aan de student. Handig is dat niet: er wordt veel geprint, papieren kunnen kwijt raken en wie veel werk van studenten moet lezen sjouwt met zware stapels papier. Met de iRex hoeft het werk niet uitgeprint te worden en de docent kan het werk digitaal van (kort) commentaar voorzien.

De iRex is door het grote formaat, het scherpe beeld en de mogelijkheid om teksten te vergroten ook handig voor leerlingen en studenten met een visuele beperking. Zij kunnen hun leerboeken laten omzetten naar pdf-bestanden en/of boeken op A3-formaat. Dat laatste is voor gebruik binnen de onderwijsinstelling natuurlijk veel sjouwwerk en het lezen van de pdf-bestanden op een pc-scherm is erg vermoeiend. Met een groot formaat e-reader hoeven ze weinig mee te sjouwen en het is rustig voor de ogen.

Meer informatie:

dinsdag 8 september 2009

De TouchNote 1028 getest

Vandaag het verslag van het tweede apparaat dat ik heb getest in het kader van het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma: de TouchNote 1028.

Wat zit er in de doos?
- Tablet netbook (+ accu)
- Extra stylus
- Tas
- Voeding
- handleiding

Waar is het apparaat voor bedoeld?
De TouchNote is een netbook (ook wel minilaptop of umpc-ultra-mobile-pc genoemd) met een touchscreen. Het apparaat heeft een 10,1 inch scherm (wat apparaat oplevert van 26x19 cm) met een hoge schermresolutie (1366x768). De TouchNote wordt afgeleverd met een Windows XP Home edition. Dat levert een haarscherp beeld op. Het apparaat weegt 1,5 kg en is daarmee heel prettig draagbaar.
In het apparaat zitten een intern geheugen van 1 GB en een harde schijf van 160 GB en tal van in- en uitgangen om te communiceren met andere apparaten (o.a. Bluethooth, WiFi van 300 Mbps, memorycardreader). Technisch gezien kan de TouchNote een laptop vervangen.

Wat kan het nog meer?
Een bijzondere functionaliteit van de TouchNote is de gesture manager. Hiermee kun je aan een beweging op je touchscreen een actie toekennen, bijv. het openen van een bepaald programma. Erg leuk om mee te spelen, maar het kost enige tijd voordat je in je vingers hebt wat welke functies je aan de verschillende bewegingen hebt toegekend. Veel tijdwinst levert deze functionaliteit niet op, maar het is wel leuk om mee te spelen.

Gebruikerservaringen
Het beeldscherm van de TouchNote is zoals gezegd van erg goede kwaliteit, maar de beelden zijn wel erg klein. Consequentie daarvan is dat het apparaat, net als alle andere minilaptops, niet echt prettig is om langdurig achter elkaar mee te werken. De linker- en rechtermuisknop zitten, anders dan bij de meeste apparaten, links en rechts van het touchpad, maar het gebruik daarvan went snel.

Hoe kan het ingezet worden in het onderwijs?
Op alle onderwijsinstellingen zijn computers in gebruik: netbooks, laptops of desktops. In de vaste opstelling binnen de onderwijsinstellingen wordt meestal gekozen voor desktops. Als studenten/leerlingen zelf computers moeten aanschaffen die ze op de onderwijsinstelling moeten gebruiken (al dan niet verschaft via de onderwijsinstelling) wordt gebruik gemaakt van laptops en in enkele gevallen netbooks. Het voordeel van laptops boven p.c.’s is duidelijk: ze kunnen (makkelijk) meegenomen en op verschillende plaatsen worden gebruikt. Nadelen zijn er ook: een laptop gaat over het algemeen minder lang mee dan een desktop computer en ze moeten regelmatig opgeladen worden. Overigens: een desktop computer kan natuurlijk ook niet zonder stroom maar de bedrading daarvoor is meestal weggewerkt en levert dus geen problemen op. Een nadeel van laptops is dat ze –bij gelijkwaardige functionaliteit - over het algemeen duurder zijn dan desktops.

Een netbook lijkt beide te overtreffen. Ze zijn goedkoop (ze zijn al te koop vanaf ca. € 300,= ) en ze zijn nog makkelijker mee te nemen dan laptops. Maar schijn bedriegt: de goedkope netbooks hebben minder mogelijkheden dan laptops van dezelfde prijs (laat staan in vergelijking met desktops). Ze zijn wel heel makkelijk om mee te nemen omdat ze licht en klein zijn. Dat ze zo klein zijn is niet alleen een voordeel maar ook een nadeel: de toetsenborden typen net iets minder makkelijk dan de standaard toetsenborden en langdurig lezen van een klein scherm is erg vermoeiend. Nu zullen studenten/leerlingen op de onderwijsinstelling (hopelijk) niet de hele dag hun (mini-)laptop gebruiken maar bij de studie thuis zal dat vaak wel het geval zijn. En omdat er maar weinig leerlingen/studenten zijn die voor hun studie willen/kunnen beschikken over 2 apparaten lijkt het me in eerste instantie niet handig om te kiezen voor een netbook. Maar uit kostenoverwegingen kan een netbook natuurlijk wel aantrekkelijk zijn en wie veel moet sjouwen met een laptop zal blij zijn met een netbook.

Maar de Gigabyte 1028 is niet zomaar een netbook: het bijzondere van dit apparaat is dat het een touchscreen heeft. Helaas sluit het bijgeleverde operating systeem (Windows XP) daar niet echt op aan doordat het geen handschriftherkenning heeft. Je kunt dus wel, net als met de muis, dingen ‘aanklikken’ met de bijgeleverde stylus (of met je vingers) maar schrijven kan alleen in een tekenprogramma en dat is daar natuurlijk niet echt geschikt voor. Jammer, want de mogelijkheden van het touchscreen worden nu niet echt benut. Het zou logischer zijn geweest als de netbook werd geleverd met Vista of met Windows XP Tablet PC Edition 2005. Hierbij kan het (gratis) Education Pack gebruikt worden wat het o.a. mogelijk maakt om met z.g. ‘flashcards’ te werken om woorden, formules e.d. uit het hoofd te leren en wiskundige vergelijkingen op te schrijven.

Een andere toepassing waarbij je voordeel kunt hebben van een touchscreen in het onderwijs leek me het voorbereiden van lessen voor het digibord. Omdat ik niet de beschikking heb over een digibord heb ik daarover bij twee leveranciers van digiborden in Nederland navraag gedaan. Geen van beide leveranciers had die mogelijkheid overwogen, omdat het gebruik van een tablet overbodig is als je die koppelt aan het digibord. Maar beiden vonden het idee om de lessen te kunnen voorbereiden m.b.v. een laptop of netbook met touchscreen een idee waar ze nog eens over wilden nadenken. Ik vond het zelf in ieder geval prettig om op dezelfde manier te kunnen interacteren met het touchscreen van de Touchnote als met een digibord.

Maar daarmee zijn er nog geen toepassingen voor de TouchNote die bruikbaar zijn voor leerlingen. Daarvoor ging ik te rade bij de makers van de Skoolmate: net als TouchNote een netbook met een touchscreen1. Ik was benieuwd welke toepassingen hen voor ogen stonden bij het op de markt brengen van hun apparaat dat speciaal gemaakt is voor het basisonderwijs. De keuze voor een netbook was voor hen in eerste instantie prijsbepaald: een goedkope netbook kan weliswaar minder dan een laptop, maar heeft genoeg in huis voor gebruik in het basisonderwijs. Een ander argument is voor hen de draagbaarheid van het apparaat: voor kinderhanden is een netbook beter hanteerbaar dan een laptop. Daarnaast is voor de Skoolmate speciale software ontwikkeld voor gebruik in het basisonderwijs. Deze software maakt gebruik van schriftherkenning en een ingebouwde bewegingssensor waarmee je bijvoorbeeld een knikker over het scherm kunt laten rollen of een bak water leeg kunt gieten en er is een schrijfprogramma dat direct feedback geeft wanneer een leerling een letter verkeerd schrijft.
Maar al deze zaken zijn in de TouchNote niet aanwezig. Een aantal belangrijke voordelen voor het onderwijs - lagere kosten, speciale touchscreensoftware – blijven daarmee onbenut. Het enige argument dat telt in de overweging om een TouchNote aan te schaffen voor het onderwijs dat overblijft is dat het apparaat makkelijk draagbaar is omdat het klein en licht is. Maar dat weegt m.i. niet op tegen het feit dat het werken met een klein toetsenbord en scherm onprettig is als je het apparaat lang achtereen gebruikt. Voor gadgetliefhebbers en voor wie ervan houdt om filmpjes onderweg te kunnen kijken lijkt de TouchNote me een aanrader maar voor het onderwijs lijkt het apparaat mij daarom niet geschikt.

Meer informatie:
De leverancier

1 De Skoolmate kan overigens verder niet vergeleken worden met de TouchNote. Hij is heel specifiek voor basisscholieren gemaakt en heeft daarom heel andere specs. Mogelijk volgt er over een tijdje nog een test met dit apparaat.

maandag 7 september 2009

Test-test-test

Na een heerlijke lange vakantie weer terug op honk. Nou ja, vakantie: ik ben behoorlijk druk geweest met allerlei klussen. Ik ben volop bezig met de organisatie van de Creative Game Challenge (deze week hopen we de definitieve site online te hebben), met een project rondom virtuele werelden voor SURFnet, twee projecten die gebaseerd zijn op het 23-Dingen concept. Kortom: genoeg leuke dingen om je een vakantie lang mee bezig te houden ;-)

Een klusje waar ik recent voor ben gevraagd door SURFnet is om een aantal gadgets te testen op bruikbaarheid voor het onderwijs en gebruiksgemak. Ik doe dat niet alleen maar in een team waarbij ieder zijn eigen specialisme heeft. Ik mag de gadgets testen op bruikbaarheid in het onderwijs, met name in het VO, Pierre is één van de anderen die hierbij betrokken is: hij test de gadgets vanuit technisch en leertechnologisch perspectief.

Het toeval wilde dat ik een aantal van de gadgets die SURFnet wilde uittesten al zelf had aangeschaft: van het nut van die apparaten voor mij privé was ik dus al overtuigd ;-) Maar het is ontzettend leuk om de apparaten ook eens te bekijken vanuit een ander perspectief.

Ik heb inmiddels 3 gadgets getest en - in overleg met SURFnet - zal ik hier mijn ervaringen delen. Vandaag het eerste apparaat: de Pulse Smartpen.

Wat zit er in de doos?
  • Pen met ingebouwde microfoon
  • ‘oortjes’ (koptelefoon)
  • Schrijfblok met Livescribe microdot-papier
  • Dockingstation om de bestanden over te zetten op de p.c.
De bijbehorende software kan gedownload worden van de website.

Waar is het apparaat voor bedoeld?
De Pulse Smartpen is een apparaat dat bedoeld is om gesprekken, presentaties of colleges vast te leggen, in de vorm van een geluidsbestand gecombineerd met aantekeningen. De met de pen gemaakte aantekeningen worden aan de geluidsbestanden gekoppeld, waardoor het makkelijk is om achteraf de gewenste fragmenten terug te zoeken.
Een voorbeeld: de Smartpen wordt gebruikt tijdens een interview t.b.v. een artikel. Het interview wordt opgenomen met de Smartpen. Tegelijkertijd maakt de interviewer aantekeningen van in gesprek in de vorm van steekwoorden: welke onderwerpen aan de orde komen, wat opviel in het gesprek, wat nog verder opgezocht moet worden enz. Wanneer het interview verwerkt moet worden koppelt de interviewer de Smartpen aan de computer waardoor de bestanden (zowel het geluidsbestand als de gemaakte aantekeningen) worden overgezet naar het programma Livescribe Desktop op de computer. De interviewer kan er nu voor kiezen om het hele gesprek nog een keer te beluisteren maar hij kan ook een woord in zijn aantekeningen aanwijzen met de pen waarna de pen het geluidsbestand afspeelt vanaf dat punt.

Wat kan het nog meer?
Het aantekeningenbestand wordt opgeslagen als grafisch bestand en kan geconverteerd worden naar het pdf-formaat. In Livescribe Desktop zit OCR1 waardoor ook in de tekst gezocht kan worden. Vreemd genoeg kan de tekst echter niet in zijn geheel overgezet worden naar digitaal leesbare tekst: je kunt het alleen zien als grafisch bestand. De geluidsbestanden kunnen geconverteerd worden naar MP4.
Livescribe biedt de mogelijkheid om de bestanden online op te slaan en daar te delen met anderen. Je kunt de bestanden privé houden maar je kunt ook anderen toegang geven daartoe door ze een uitnodiging te sturen of ze voor iedereen toegankelijk maken in de Livescribe Community. Je kunt de bestanden ook zichtbaar maken in Facebook.

Gebruikerservaringen
De opnamekwaliteit van de pen is prima, net als die van de bijgeleverde oortjes. Opnames zijn goed te volgen, ook als ze gemaakt zijn in een collegezaal of tijdens een presentatie. Je kunt in 3 kwaliteiten opnemen: low, medium en high, en de gevoeligheid van de microfoon kent 3 standen: automatic, conference room en lecture hall maar als er niet al te veel geluid is is de minimale kwaliteit eigenlijk al voldoende om de opnames terug te kunnen luisteren.
Het gebruik van de pen is erg makkelijk: je hoeft geen uitgebreide handleidingen te lezen om ermee te kunnen werken. Na afloop van een les, interview of vergadering kun je makkelijk de belangrijkste fragmenten terughalen, maar als je de inhoud in de toekomst nog vaker nodig hebt dan is het verstandig de aantekeningen op papier uit te werken: tot een artikel, notulen of een samenvatting van de les of het college. Het telkens opnieuw afluisteren van de geluidsfragmenten zal immers in de meeste gevallen veel tijd kosten.
Het gebruik van de Pulse Smartpen levert een aantal voordelen op t.o.v. het maken van alleen aantekeningen:
  • Tijdens het gesprek kan alle aandacht blijven bij de inhoud van het gesprek omdat er tussentijds geen uitgebreide aantekeningen gemaakt hoeven te worden;
  • Het uitwerken van het gesprek, de les of de vergadering zal niet zozeer veel sneller gaan maar het resultaat kan beter zijn omdat alles wat gezegd is vastgelegd is door de pen;
  • Als er twijfel is over wat er gezegd is (bijv. bij vergaderingen), kan het geluidsbestand uitsluitsel bieden.

Nadelen heeft het gebruik van de Smartpen natuurlijk ook. Om te beginnen kun je geen gewoon papier gebruiken om je aantekeningen op te maken: je hebt er het speciale ‘microdot’-papier voor nodig. Voor 4 blokken met elk 100 vellen betaal je op dit moment $ 19.95. Gelukkig doe je er als regel lang mee omdat je meestal alleen in trefwoorden vastlegt wat gezegd wordt. Je kunt ook je eigen micro-dotpapier printen maar daarvoor heb je wel een goede kleurenprinter nodig. Een ander nadeel is het feit dat de Livescribebestanden maar op één computer kunnen worden opgeslagen. Je kunt wel de geluids- en de grafische bestanden apart overzetten naar andere computers maar dan gaat de koppeling tussen beide bestanden verloren. Daarvoor is wel een (gratis) programma op de markt: de Livescribe Desktop Configurator.

Hoe kan het ingezet worden in het onderwijs?
De Pulse Smartpen kan gebruikt worden in elke situatie waarin het belangrijk is om gesproken tekst vast te leggen. De meest voor de hand liggende optie is het vastleggen van interviews, maar de pen kan natuurlijk ook gebruikt worden om lessen of colleges vast te leggen of vergaderingen. Ook zie ik toepassingsmogelijkheden voor lessen waarbij iets voorgedaan moet worden zoals het maken van een wiskundige berekeningen, tekenvaardigheden en (bord)schrijven. Hiervan zouden lessen gemaakt kunnen worden die via een digitale leeromgeving of via de Livescribe community toegankelijk gemaakt zouden kunnen worden voor leerlingen of studenten.
In de community van Livescribegebruikers vond ik o.a.
  • een bestand van iemand die woordjes had geleerd en de uitspraak ervan vast had gelegd met de pen;
  • uitleg over het schrijven van Chinees;
  • een college over wiskunde;
  • een uitleg van het maken van een cartoon/tekening.
Het zoeken van bestanden in de community is behoorlijk onhandig: je kunt alleen maar browsen door de categorieën en als je een bestand bekeken hebt kun je niet terug naar de pagina waar je vandaan kwam.

Meer informatie

1 OCR=Optical Character Recognition. Software die handgeschreven tekst kan lezen en kan omzetten naar digitaal leesbare tekst.