Posts weergeven met het label iPad-iPod-iPhone. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label iPad-iPod-iPhone. Alle posts weergeven

woensdag 25 januari 2012

Tablet of laptop: that's the question!

Heel veel scholen houden zich op dit moment bezig met de vraag via welke device(s) ze hun leerlingen toegang willen geven tot internet en alle tools die daar te vinden zijn en tot de leermaterialen die de leerlingen nodig hebben voor hun lessen. De antwoorden op die vraag zijn uiteenlopend: er zijn (nog) heel veel scholen waar leerlingen geen eigen device hebben maar wel gebruik kunnen maken van een groot aantal p.c.'s in lokalen, studiecentra en mediatheken, er zijn scholen waar minder wordt geïnvesteerd in laptops of p.c.'s op school omdat leerlingen daar een eigen laptop krijgen van school en er zijn ook scholen die hun leerlingen geen laptop geven maar een tablet.

Wat de beste keuze is, is natuurlijk afhankelijk van wat de school wil met het onderwijs. Aan het besluit welke investeringen de school doet in hardware voor de leerlingen, gaan dan ook vaak vele vergaderingen vanaf: welk doel willen we bereiken en wat zijn daarbij onze prioriteiten, en welke investeringen (zowel in geld als wat betreft scholing) willen we doen om dat doel te bereiken?

Zoals altijd geldt ook hierbij: praten is goed, maar daar moet je het niet bij laten: je moet er ook mee aan de slag. Dat was ook de insteek van het Mondriaan college in Oss. Zij zijn van plan het komend schooljaar hun leerlingen een eigen device te geven, en wilden - net als veel scholen op dit moment - weten welk device het beste past bij hun onderwijsvisie. Om daarachter te komen hebben zij - samen met Kennisnet - een uitgebreide plugfest-bijeenkomst georganiseerd waar ze eerst kennis maakten met een aantal mogelijke toepassingen van ICT in de klas, variërend van het gebruik van Twitter in de geschiedenisles tot het samen met de klas opzetten van een Wiki.

Vervolgens kwamen de verschillende devices waarvan ze de mogelijkheden en grenzen wilden verkennen op tafel: laptops en tablets van verschillende merken (Asus en Apple) en - dus ook - besturingssystemen. Om gedegen te kunnen testen was tevoren een testformulier opgesteld, met daarin allerlei opdrachten die leerlingen op school nu (op de huidige computers op school) - moeten en kunnen doen. Deze opdrachten  waren ingedeeld in de categorieën: materialen delen, audio en video afspelen/bekijken, digitaal leermateriaal van diverse uitgevers en organisaties bekijken, zelf creëren, gebruik van de ELO en bijzondere toepassingen zoals het gebruik van digibordsoftware en dyslexiemiddelen. De opdrachten werden op alle devices uitgeprobeerd en in het formulier werd opgeschreven wat het apparaat wel en niet kon: kon de opdracht uitgevoerd worden of niet, moest er speciale software geïnstalleerd worden, was alles op een goede manier zichtbaar op het scherm enz. Deze resultaten werden vervolgens in een excelformulier gezet in de vorm van plussen en minnen. Daarbij moesten de testers aangeven wat het belang was van die functie voor de lessen zoals ze die nu gaven.

Ik ben zelf niet bij de bijeenkomst geweest, maar ik hoorde van de organisator vanuit het Mondriaan college, Linda Le Grand, dat de dag een groot succes was omdat directie, docenten en leerlingen (allen vertegenwoordigd in de bijeenkomst) nu beter zicht hadden op de eisen die ze zelf stellen aan de ict-middelen voor hun lessen en op de mate waarin de diverse devices op dit moment aan die eisen tegemoet komen.

Ik heb Linda gevraagd of ze hun ervaringen wil delen via dit blog en dat wil ze graag doen. Daarom hierbij de links naar een aantal bestanden:
 Op dit moment zijn alleen de resultaten uitgewerkt voor de Asus Eepad; de resultaten voor de iPad komen binnenkort beschikbaar.

Als je op school overweegt de leerlingen van een eigen device te voorzien, dan kan ik je zeker adviseren om gebruik te maken van de materialen. De resultaten van de tests zijn interessant als eerste oriëntatie: wat kunnen de apparaten wel en wat niet. Ben je al een stap verder en wil de school op korte termijn nieuwe devices aanschaffen, dan zou ik je adviseren om zelf - mede op basis van het door het Mondriaan college ontwikkelde formulier - een eigen testformulier te ontwikkelen. Immers elke school heeft zijn eigen onderwijsvisie, elke docent heeft zijn eigen voorkeuren voor tools en leermaterialen en ook leerlingen hebben hun eigen visie en mogelijkheden m.b.t. het gebruik van apparatuur op en voor school.

Er is nog veel meer materiaal voor en over deze dag gemaakt: te veel om in deze blogpost te delen. Wil je meer informatie over de aanpak en de uitkomsten van deze dag, laat dan een reactie achter onder dit blog. Linda heeft beloofd te reageren op jullie vragen.

N.B. Inmiddels zijn ook de resultaten van de test op de iPad bekend. Je kan ze hier bekijken en downloaden. 

woensdag 23 november 2011

Coach's eye

Pierre Gorissen wees me erop en schreef er ook al over: de app Coach's Eye is sinds kort beschikbaar. Coach's eye is een app waarmee je een filmpje kan opnemen èn die vervolgens kan voorzien van gesproken commentaar en waarmee je strepen, vierkantjes of rondjes op het filmpje op kan zetten.Dat lijkt misschien niet heel spectaculair, maar ik denk dat het voor het onderwijs machtig handig is.

Het meest voor de hand liggende vak om Coach's Eye voor te gebruiken is sport. Daarvoor is de app ook speciaal ontwikkeld. Je laat je leerlingen een bepaalde activiteit doen en laat die - door de leerlingen zelf - filmen. Vervolgens bekijk je het filmpje in Coach's Eye. Dat kan op de gewone snelheid, maar je kan het filmpje ook vertraagd afspelen of frame voor frame bekijken, en door de frames heen scrollen. Als duidelijk is waar het goed ging en waar fout, spreek je je commentaar in bij het filmpje, en waar nodig zet je streepjes, rondjes of vierkanten om extra aandacht te vestigen op een bepaald punt. Het resultaat kan je, net als het oorspronkelijke filmpje, opslaan op je iPhone (of de iPad), maar je kan het ook plaatsen op YouTube of versturen per mail of sms.

Maar er is meer mogelijk met Coach's Eye. Je kan bijvoorbeeld een rollenspel opnemen (bijv. van een sollicitatiegesprek) en daarbij feedback geven. Of je kan een leerling of student die stage loopt bij bijv. een drukkerij vragen om een filmpje te maken van de apparatuur waar hij mee werkt en hem dan vragen op het filmpje toe te lichten wat daar te zien is. Een pabostudent kan zijn mentor of begeleider op de stageschool vragen om hem/haar te filmen terwijl hij les geeft en dat filmpje kan je vervolgens samen bekijken. Andersom kan natuurlijk ook: de stagiair filmt zijn mentor of begeleider en de begeleider licht naderhand toe, in het filmpje, waarom hij op een bepaalde manier heeft gehandeld.

Werken met de app is supereenvoudig: je start de app, neemt op en bekijkt het filmpje. Dan krijg je direct de keuze of je wilt reviewen. Onderin je scherm kan je dan kiezen hoe snel je door de film heen wilt gaan: normale snelheid, vertraagd of beeldje voor beeldje. Terwijl je film bekijkt, kan je er strepen , rondjes of vierkantjes op zetten en je spreekt in je iPhone in wat je ziet. Als het resultaat niet bevalt, kan je gewoon opnieuw beginnen: het origineel blijft bewaard.

De kosten van de app vormen geen belemmering: voor € 1,59 kan je de app op je iPhone (of iPad) zetten. Een goeie reden om aan de Sint de bijbehorende Phone of Pad te vragen ;-)

maandag 21 november 2011

Flash op de iPad

logo Photon
Eén van de problemen waar iPad-bezitters mee te maken krijgen is het feit dat daarop geen Flash draait. Dat is inderdaad lastig: er is nogal wat educatief materiaal dat daarvan gebruik maakt. Maar ook wie spelletjes wil spelen die te vinden zijn op sites als spele.nl, en op sociale netwerksites zoals Facebook, zal in de problemen komen.

Het goede nieuws is: als veel mensen ergens problemen mee hebben, dan zijn er ook veel mensen die naar een oplossing zoeken. En er zijn dan ook inmiddels een aantal apps ontwikkeld die het mogelijk maken om Flashapplicaties te draaien op een iPad. Ik zal er hier 3 bespreken: iSwifter, Skyfire en Photon.

iSwifter is een browser die speciaal ontwikkeld is voor het spelen van games op Facebook en Google+. Als je de app opent, krijg je dan ook direct de keuze welk platform je wilt gaan gebruiken. Maar laat je daardoor niet op het verkeerde been zetten: je kan de browser ook gebruiken om rechtstreeks naar algemene spelletjessites te gaan, of - voor school - een educatief spelletje te spelen via bijv. Spelletjesplein of Leerspellen. Met iSwifter kan je de meeste spelletjes die je via deze sites vindt, zonder problemen spelen. Ze zijn wel iets trager dan op de p.c. en omdat je op een p.c. meer knoppen tot je beschikking hebt (bijv. spatiebalk en pijltjes) werken ze niet allemaal.
Je kan iSwifter ook gebruiken om flashfilmpjes te bekijken. De filmpjes die te vinden zijn in Beeldbank openen redelijk snel en de kwaliteit is prima.
Nadelen van iSwifter vind ik:
  • bij het starten opent de app steeds op de pagina waarop je kiest tussen Google+ en Facebook. Je kan geen andere startpagina instellen,
  • je kan alleen klikken op flash-pagina's. Spellen waarbij je dingen moet verslepen kan je daardoor niet spelen,
  • op sommige pagina's kan je niet scrollen, zodat je maar een (heel) beperkt deel van zo'n pagina kan zien. Dit deed zich bij mij o.a. voor bij het bekijken van leermaterialen die ik vond via Wikiwijs,
  • in de browser staat - naast de gebruikelijke knoppen - ook een winkelwagenknopje. Logisch als je iSwifter gebruikt om games mee te spelen, maar wel wat vreemd bij schoolgebruik.

Skyfire is eigenlijk een gewone browser. Zolang je gewone sites bekijkt, werkt die zoals alle andere browsers. Alleen wanneer op een site een flashfilmpje staat, opent zich een klein pop-upscherm met een soort voorvertoning van dat filmpje. Soms gebeurt dat niet vanzelf: dan klik je op de knop 'Analyzing', waarna Skyfire op zoek gaat naar videomateriaal op de site. Als je in het pop-up venster dat zich dan opent klikt op de afspeelknop, dan opent zich filmpje fullscreen en in goede kwaliteit. Maar daarvoor heb je wel wat geduld nodig. Een voordeel van Skyfire vind ik dat het voelt en werkt als een gewone browser, maar daar staat tegenover dat de flash-afspeelmogelijkheden beperkt zijn: je kan er alleen flashfilms mee bekijken en lang niet alle films openen probleemloos.

Photon werkt als een gewone browser, waarbij je per pagina kan aangeven of je die in de gewone modus wilt bekijken of in flashmodus. Als je kiest voor dat laatste, wordt de pagina in de cloud 'vertaald' naar een versie die op je iPad bekeken kan worden. Daarmee biedt Photon veruit de meeste flashmogelijkheden. Je kan er zowel spelletjes mee spelen als filmmateriaal bekijken. Je kan in de browser aangeven of je iets wilt kunnen aanklikken of dat je wilt slepen met je muis. Dat slepen werkt overigens niet echt prettig: het gaat nogal schokkerig en het is lastig om een object precies naar de juiste plaats te slepen. Maar het kan wel! Daarnaast kan je in Photon nog allerlei andere in meerdere of mindere mate handige dingen mee doen: je scherm opdelen, de kleur van je browser veranderen, je cookies verwijderen enz.

De mogelijkheden zijn groot, maar er kleven ook wel een paar nadelen aan Photon. Als je kiest voor de flashmodus wordt niet alleen de flash-applicatie gestreamd via de cloud, maar de hele pagina. Daardoor wordt je hele pagina een stuk minder scherp. Voor eventjes geen probleem, maar als je op die manier veel pagina's moet bekijken of lange teksten moet lezen, dan gaat dat toch wel erg storen. En voor mensen met een visuele beperking is het natuurlijk sowieso een belemmering. 

Daarnaast vraagt het werken met Photon wel wat gewenning. Je moet de knoppen leren kennen en je zult merken dat soms pagina's niet openen zoals je wilt. De weergave van de pagina's in de flashmodus kan verbeteren door een andere bandbreedte te kiezen in het menu. Die weergave is namelijk afhankelijk van het netwerk waar je van gebruik maakt, maar ook van de flashapplicatie zelf: voor het spelen van een spelletje kan een andere bandbreedte een beter resultaat opleveren dan de bandbreedte die je gebruikt bij het bekijken van een flashfilmpje. De keuze voor een andere bandbreedte heeft niet alleen gevolgen voor de flashapplicatie, maar ook op de rest van de pagina. Belangrijk dus als je ook tekst wilt lezen op een pagina.

Al met al zijn er dus aardig wat mogelijkheden om op je iPad toch flash te bekijken. Maar het is allemaal niet zonder beperkingen: je verliest snelheid, soms gaat het ten koste van de beeldscherpte en je moet er (behoorlijk) wat extra moeite voor doen. Mijn conclusie is dan ook dat je in het onderwijs beter kan inzetten op de sterke kanten van de iPad, dan proberen om de zwakke kanten te maskeren. Dat kost veel energie en omdat je niet alles kan voorkomen, ook veel ergernis. Maar als je de iPad - naast pc, mac of (mini-)laptop, gebruikt voor die dingen waar die sterk in is (intuïtief gebruik, dingen maken, mobiel zijn), dan heb je er een prachtig apparaat aan waarmee je je onderwijs echt kan verrijken!





woensdag 7 september 2011

Scheikunde interactief

Alhoewel scheikunde zeker niet mijn beste vak was, vond ik het toch wel fascinerend om te zien hoe stoffen zijn opgebouwd uit elementen, dat het kleinste deeltje van een element een molecuul is, dat moleculen zijn opgebouwd uit atomen en dat atomen op hun beurt weer zijn opgebouwd uit elektronen, neutronen en protonen. Met die neutronen, protonen en elektronen kan je dus in feite allerlei stoffen maken.

Ik zie daarin overeenkomsten met informatica, waarbij je de wereld terug kunt brengen tot nullen en enen door ingewikkelde vragen op te delen in deelvragen, vervolgens die deelvragen weer terug te brengen naar nog kleinere deelvragen totdat je bij een vraag komt die je kan beantwoorden met ja of nee. Tsja, ik snap dat niet iedereen dat leuk vindt, maar ik hou van dit soort simpele zaken ;-)

Maar scheikunde vond ik toch ingewikkelder en vooral ook erg abstract. Ik vergat steeds hoe het zat met al die verschillende deeltjes. We hadden wel een paar atoommodellen in de kast, maar meestal moesten we het doen met de modellen die de docent voor ons op het bord tekende. En je moest wel heel goed je best doen om je daarbij iets voor te stellen!

Gelukkig zijn er tegenwoordig prachtige middelen om te laten zien hoe stoffen opgebouwd zijn en hoe ze reageren op andere stoffen. Voor de iPad vond ik de app Chemist (zie het filmpje onderaan deze post). Daarmee krijg je een beschikking over een lab waarin je je eigen proefjes kan doen. Het gaf mij het gevoel een heuse alchemist te zijn. Helaas heb ik de Steen der Wijzen nog niet gevonden ;-)

Ook voor wie niet over een iPad beschikt zijn er prachtige sites. Ik ben erg onder de indruk van de site Chemical Education Digital Library. Je kunt daar o.a. geanimeerde atoommodellen bekijken, toelichting krijgen bij de elementen in het periodiek systeem en heel veel tips voor lesmaterialen (waaronder games, simulaties en animaties, zoals deze over de Wet van Boyle). Wil je zelf atoommodellen bouwen? Download dan het (open source) programma Avogadro en leef je uit op het bouwen van eenvoudige en ingewikkelde atoommodellen en toon ze op verschillende manieren (bijv. als bolletjes en stokjes en als draadframe). Bij de software zitten handleidingen en screencasts om uit te leggen wat je er allemaal mee kan doen. Geen overbodige luxe, volgens mij, want de mogelijkheden zijn ruim!

Tot op de dag van vandaag zijn veel scheikundige zaken voor mij geheim gebleven. Maar ik weet zeker dat als ik destijds met dit soort sites had kunnen experimenteren, me veel meer duidelijk was geworden. En mocht ik in bovenstaand stukje allerlei scheikundige missers hebben gemaakt, dan komt dat omdat ik destijds niet de beschikking had over dit soort gereedschappen!


dinsdag 28 juni 2011

Natuurkunde-apps voor de iPad

screenshot app WindtunnelAl eerder schreef ik over de iPad en andere tabletcomputers dat volgens mij die apparaten voorlopig nog niet de laptops of macs uit de scholen zullen laten verdwijnen. Eén van de redenen daarvoor is dat er nog maar weinig Nederlandstalige apps zijn.

Dat is natuurlijk vooral een probleem als die apps vooral op tekst gebaseerd zijn, iets wat helaas nog maar al te vaak het geval is. Jammer, want ik denk dat voor het onderwijs juist de interactieve mogelijkheden van de tablet meerwaarde kunnen bieden ten opzichte van software op laptops en desktopcomputers. Daarop draaien wel meer applicaties (vaak gemaakt in flash of java, waardoor ze niet op een iPad te zien zijn), maar die moet je bedienen met een muis en een toetsenbord waardoor je toch meer afstand houdt tot wat er op het scherm gebeurt. Het doen van bijvoorbeeld een proefje met zo'n applicatie kan je daarom gevoelsmatig niet vergelijken met het doen van een proefje in het echt.

Eén van de vakken waarvoor ik relatief veel interessante (lees: interactieve) content vond, is natuurkunde. De nadruk ligt daarbij op het gebruik maken van verschillende krachten. Maar er zijn ook wat andere mogelijkheden. Hieronder een aantal natuurkunde-apps voor de iPad die ik heb uitgeprobeerd:

  • Touch Physics: een spel waarbij je de zwaartekracht moet gebruiken om een bal naar een bepaald punt te laten vallen, rollen of stuiteren. Je kunt ook je eigen levels maken, waarbij je je eigen hindernissen kunt tekenen.
  • TinkerBox: een uitgebreide variant op het al oude spel Crazy Machines. Ook bij dit spel moet je een bal naar een bepaald punt brengen, maar in dit spel maak je niet alleen gebruik van de zwaartekracht maar ook van veren, scharen, transportbanden en nog veel meer.
  • Rafter HD: in dit spel moet je een object (rechthoek of cirkel) tekenen om daarmee een bal te laten exploderen. Daarbij maak je gebruik van de zwaartekracht (je bepaalt zelf de grootte van het object dat je laat vallen), een zijwaartse kracht (lucht), de snelheid waarmee het object valt en botsingen waarbij je zelf bepaalt met hoeveel kracht het object terugstuit vanaf de ondergrond.
  • Isaac Newton's Gravity HD: ook weer een game waarin je de zwaartekracht en verschillende objecten moet gebruiken om een bal naar een bepaald punt te brengen.
  • Bubble Ball: idem, maar wel eenvoudiger dan bovengenoemde spellen. Bijzonder: het spel is gemaakt door een 14-jarige jongen in de VS.
  • Building Parallel Circuits: een app waarmee je 6 parallelle stroomkringen moet maken. Daarbij wordt in korte teksten en animaties uitgelegd hoe de stroom loopt in een parallelle stroomkring, er is een docentenblad en een korte toets over de werking van de circuits.
  • Building Serial Circuits: idem, maar dan voor seriële stroomkringen.
  • Xperica:een app om proefjes te doen over:
    • de Wet van het behoud van Moment,
    • weerstand in een serieschakeling,
    • het kookpunt van water,
    • harmonische trillingen,
    • uitzetting van metalen,
    • slingerbeweging,
    • kogelbaan,
    • katrollen,
    • waterdruk,
    • Wet van Archimedes.
  • Vernier Video Physics:een app om video's te analyseren, bijv. de snelheid waarmee een bal wordt gegooid. Zie ook onderstaande video.
  • Mechanics:korte uitleg met simulaties over belangrijke begrippen op het gebied van:
    • kinematica,
    • dynamica,
    • energie,
    • moment,
    • rotatie,
    • zwaartekracht.
  • Wind Tunnel: een simulatie van een windtunnel. Je kunt in de windtunnel o.a. verschillende objecten plaatsen, de druk in de windtunnel verhogen en rook toevoegen.
  • Electrostatics: een simulatiegame over elektrostatica en de Wet van Coulomb. Dit spel kan overigens ook op internet gespeeld worden,
  • Coolheat (van dezelfde hand als Electrostatics): een simulatiespel over kinetische gastheorie,
  • Bouncyblue (ook weer van dezelfde maker): een simulatie waarmee je ballen (deeltjes) kunt tekenen die met verschillende snelheid bewegen over het scherm. Volgens de beschrijving van de app o.a. bruikbaar voor demo's over de dichtheid van gassen, Brownse beweging en nog veel meer (maar daarvoor reikt mijn natuurkundige kennis niet ver genoeg).
Al met al aardig wat mogelijkheden voor de natuurkundeles, lijkt me!


woensdag 15 juni 2011

Tablets en gamification

fot van fietser bovenop een bergZoals ik gisteren al vertelde was me gevraagd om op de bijeenkomst bij Kennisnet over de mogelijkheden van tablets in het onderwijs iets te vertellen over gamification en tablets. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me daar tot op dat moment niet over had nagedacht, dus ik vond het wel een uitdaging om me daar eens in te verdiepen ;-) Vandaag een post over dat onderwerp.

Over gamification schreef ik al eens eerder blogposts, in april van dit jaar en in september 2006. Gamification is niet het onderwijs aanbieden in de vorm van een spel, maar het gebruik maken van gameprincipes om het onderwijs te verbeteren. Gamification is je onderwijs zo maken dat leerlingen met evenveel motivatie, inzet en/of plezier onderwijs 'genieten', als genieten van een game. Daarvoor maak je gebruik van de principes van een spel, zoals:
  • een verhaal,
  • opbouw in levels,
  • aanpassen aan de speler (speelstijl, mogelijkheden),
  • competitie,
  • beloning,
  • de speler bepaalt (in sommige games bepaalt het lot, maar dat zijn games die over het algemeen niet hoog gewaardeerd worden),
  • een goede balans tussen uitdaging en makkelijke dingen doen,
  • de mogelijkheid tot samen gamen, met elkaar of tegen elkaar.
Om te kunnen beoordelen of een tablet mogelijkheden biedt tot gamification, heb ik niet alleen gekeken naar de software van zo'n apparaat, maar ook naar de hardware. Omdat ik zelf een iPad heb, heb ik me daarop gericht, maar de mogelijkheden van de nieuwe Androidtablets zijn - voor zover ik kan zien na een redelijk vluchtige test van een Samsung 7100 10.1V- niet anders.

Bij het werken op de iPad merk ik dat het apparaat zelf iets 'speels' heeft:
  • het is natuurlijk een prachtige gadget. Eigenlijk net zoals een Zwitsers zakmes iets wat (bijna) iedereen graag wil hebben. Omdat je er alles mee kan doen en omdat het mooi is vormgegeven.
  • het apparaat is multitouch, dat wil zeggen dat je er - in principe - met meer mensen tegelijkertijd mee bezig kan zijn. In een spel als Harbor Master bijvoorbeeld kan je met 2 personen tegelijkertijd elk je eigen boten zo snel mogelijk de goede kant op sturen,
  • het apparaat is uitermate gebruikersvriendelijk. Je hoeft er niet lang op te studeren: het nodigt je uit om direct aan de slag te gaan en al experimenterend te ontdekken wat je ermee kan,
  • je bedient het apparaat met je vingers of door het apparaat op en neer te bewegen, waardoor je contact met het spel heel direct is. Als je kijkt naar de ontwikkeling van games en gameconsoles door de jaren heen, dan zie je dat de aansturing van games in de loop van de jaren steeds makkelijker is geworden. Voor de eerste games moesten we commando's intypen, later kwamen er muizen en gamecontrollers, en inmiddels zijn we zover dat we games aansturen met ons lichaam. Werken met de iPad ligt perfect in lijn met die ontwikkeling.
Als je kijkt naar de software van de iPad, de apps, dan zien we heel veel apps die bruikbaar zijn voor het onderwijs en die gameprincipes ingebouwd hebben. Er zijn bijvoorbeeld apps die:
  • competitie mogelijk maken (bijv. in de vorm van een quiz, zoals in iQuiz),
  • het mogelijk maken om een verhaallijn neer te zetten (bijv. ToonTastic, een app om je eigen animaties te maken),
  • werken in levels (bijv. in Motion Math, een rekenspel voor het basisonderwijs),
  • die je een beloning geven (bijv. boeken waarin iets leuks te zien valt bij het lezen, zoals in Alice (in Wonderland) for the iPad- zie het filmpje hieronder),
  • je laten doen wat je kan en je daarin bevestigen, maar je ook uitdagen om verder te gaan (zoals de app Garageband waarin je heel makkelijk muziek kunt maken met behulp van voorgeprogrammeerde akkoorden, maar waarin je ook noot voor noot je eigen muziek kunt componeren,
  • je vrijheid geven om zelf onderzoek te doen, zoals Touch Physics, waarin je kunt experimenteren met een aantal natuurkundige wetten door je eigen levels te maken.
Het lijkt me duidelijk dat de iPad genoeg mogelijkheden biedt om gameprincipes in te bouwen in het onderwijs. Maar om goed, 'speels' onderwijs te maken heb je meer nodig dan alleen gereedschap. Je hebt iemand nodig die het juiste gereedschap kan kiezen vanuit het perspectief van:
  • de leerling. Welke app past bij welke leerling (de ene leerling houdt van competitie en de andere niet; sommige leerlingen willen strak gestuurd worden; anderen gaan voor het experiment), op welk moment en voor welk doel,
  • het curriculum: welke app en welk apparaat kan het beste gebruikt worden bij welk leerdoel en hoe bouw je dat op tot een totaal curriculum?
  • de onderwijsvisie: hoe wil je als school je onderwijs inrichten, welke apparaten en apps zet je hiervoor in (de tablet is maar één van de middelen die je kunt inzetten om goed onderwijs te geven) en hoe zorg je ervoor dat die optimaal benut worden (denk hierbij bijvoorbeeld ook aan mediawijs gebruik van alle tools).
De conclusie van mijn presentatie was dan ook dat de iPad prachtige mogelijkheden biedt voor het verbeteren van onderwijs door het toepassen van gameprincipes, maar dat al die mogelijkheden alleen maar zinvol zijn als de docent de regisseursrol op zich neemt en de leerling helpt om de mogelijkheden van de tablet optimaal te benutten om de onderwijsdoelen te behalen. Want hoe leuk je het onderwijs ook maakt: leerlingen willen toch vooral ook zo snel en efficiënt mogelijk de eindstreep behalen. De route naar die eindstreep toe kent bergen en dalen; gamification kan de leerling helpen die route snel en goed af te leggen door ze te motiveren en door ze extra kracht te geven. Het is de docent die de weg kent, de leerlingen coacht en bepaalt waar en hoe die game-elementen het beste ingezet kunnen worden.


Hieronder de Popplet-mindmap die ik gebruikte voor de presentatie. Overigens liep ik daarbij tegen de beperkingen van de iPad op die ik gisteren beschreef. Als je deze Popplet wil bekijken in de browser van de iPad dan zal je dat niet lukken omdat je daarvoor Flash nodig hebt. En bekijk je de popplet met de officiële - betaalde - Popplet-app, dan zal je zien dat die app minder mogelijkheden biedt dan de webversie van deze tool.






Afbeelding bovenaan deze blogpost van Lancashire County Council, gepubliceerd onder CC-by.

dinsdag 14 juni 2011

Tablets: de killer-app in het onderwijs?

foto van een pot met tablets-pillenIn de vakantie was ik te gast bij Kennisnet, op De Verdieping, waar een bijeenkomst was over tablets in het onderwijs. Een interessante bijeenkomst met - zoals viel te verwachten - vooral fans van tablets en met name van iPads. Bijna alle aanwezigen hadden zo'n apparaat en er werd druk informatie uitgewisseld welke apps iedereen gebruikte.

Maar daar bleef het natuurlijk niet bij. We hoorden ervaringen uit de onderwijspraktijk van:
Ook makers van apps kwamen aan het woord. Er waren presentaties van:
Naast bovengenoemde presentaties waren er ook presentaties die niet direct vanuit de onderwijspraktijk kwamen, maar vooral gingen over de mogelijkheden van de iPad:
Uit alle verhalen werd duidelijk dat de iPad mogelijkheden biedt voor het onderwijs, zowel voor docenten als voor leerlingen. De iPad is een handig apparaat dat zich makkelijk laat meenemen en dat heel makkelijk in gebruik is. Bestanden kunnen op het apparaat zelf gezet worden of opgeslagen worden in de cloud en van daaruit benaderd worden. Je kunt het apparaat gebruiken als ebookreader: je ogen raken niet snel vermoeid en ook bij redelijk fel licht blijven teksten leesbaar. In tegenstelling tot ebookreaders kunnen teksten op de iPad verrijkt zijn met (kleurrijke) multimedia en hyperlinks naar aanvullende informatie op het web. En er zijn veel apps die mogelijkheden bieden voor (interactieve, mobiele) lessen, o.a. met behulp van de ingebouwde camera's, GPS-voorziening en bewegingssensor.

Maar is het de killer-app is voor het onderwijs? Kunnen scholen laptops, p.c.'s en mac's de deur uitdoen en vervangen door iPads?

Zover is het volgens mij nog lang niet:
  • de meeste apps zijn Engelstalig. Dat is niet echt een probleem als het gaat om creatieve applicaties (tekenen, foto- en filmbewerking, het maken van een animatie enz.) of om activiteiten waarin taal een beperkte rol speelt (het inoefenen van de tafels) maar het wordt lastig voor onderwerpen waarbij je wilt uitleggen hoe iets werkt en (bijna) onmogelijk als het gaat om vakken die in Nederland een andere inhoud hebben dan in het land van herkomst van de app (geschiedenislessen in Nederland zijn anders dan geschiedenislessen in de VS en dat geldt natuurlijk ook voor het leren van onze eigen taal),
  • de iPad is niet voorzien van een ethernet of usb-ingang. Om toegang te hebben tot internet en bestanden op te slaan in de cloud, moeten iPadgebruikers beschikken over een goed draadloos netwerk. De school kan natuurlijk zelf zorgen voor een goed werkend draadloos netwerk, maar daarmee is nog niet gegarandeerd dat de iPad ook thuis gebruikt kan worden door leerlingen en docenten.
  • op de iPad draait geen Flash en ook geen Java. Daarvoor zijn al wel een aantal tools beschikbaar en er worden steeds meer Flash- en Java-tools geprogrammeerd in HTML-5, maar het zal nog wel even duren voordat we net zoveel tools hebben in HTML-5 als we nu hebben in Flash en Java.
  • sommige webapplicaties zijn slecht tot niet bruikbaar op de iPad. Zo werkt de editor in LinkedIn niet goed, een blogpost schrijven in Blogger kan alleen met behulp van andere tools (zoals Blogsy) en menu's die werken met een mouse-over effect (sommige uitklapmenu's) zijn niet toegankelijk.
  • Typen op de iPad gaat redelijk maar het kost wel meer energie dan op een toetsenbord omdat je je hand niet kan laten rusten. Voor een kort mailtje geen probleem, maar wel lastig als je bijv. een werkstuk moet schrijven.
Ik denk dus dat we voorlopig in ieder geval nog geen afscheid kunnen nemen van de p.c./laptop/Mac. Ook op scholen waar alle leerlingen en docenten een iPad hebben zal behoefte zijn aan laptops, p.c.'s of Mac's. Om sites te bekijken die op de iPad niet te bekijken zijn, om met software te werken waarvan op de iPad alleen een versie beschikbaar is met beperkte mogelijkheden of om ontspannen een tekst te kunnen schrijven. En waarschijnlijk zullen die leerlingen en docenten ook thuis nog regelmatig gebruik blijven maken van hun 'oude' computer. Of scholen iPads gaan aanschaffen voor leerlingen en/of docenten is volgens mij dus geen vraag van óf het één óf het ander, maar van èn het één en het ander. De vraag is hoeveel scholen dat willen en kunnen betalen (kosten aanschaf en afschrijving hardware, ontwikkeling content, professionalisering) en organiseren (toegang tot volwaardig draadloos netwerk en liefst ook mobiele toegang, veilig en doelgericht gebruik internet als informatie-, communicatie- en creatiemedium).

Maar ik verwacht wel dat de tablets in toenemende mate een eigen plek gaan opeisen in het onderwijs. Als pen en papier, als middel om contacten te onderhouden met anderen (mail, MSN, Skype, Facebook enz.), om roosters en werk van leerlingen te bekijken, als werkboek en om snel het web op te gaan om iets op te zoeken of te bekijken. Voor mij is het in ieder geval, naast mijn oude vertrouwde p.c., een heel handig apparaat!

N.B. Tot slot voor wie op zoek is naar bruikbare apps voor iPod, iPhone of iPad nog een paar overzichten van apps (er zijn er nog veel meer, maar dit is een aardige start):
Afbeelding van adamwilson, gepubliceerd onder CC-by.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.